Huwelijksdispensaties

 

Direct naar huwelijksdispensaties, klik dan hier onder op de betreffende parochie (momenteel niet raadpleegbaar):
St. Jan Baptist (Hoeven) OLV Hemelvaart (Huijbergen) OLV Hemelvaart (Nispen)
OLV Nispen-Essen St. Jan Baptist (Roosendaal) St. Martinus (Rucphen)
St. Martinus (Schijf) St. Jan (Sprundel) St. Lambertus (Wouw)
OLV Hemelvaart (Wuustwezel)    Uitzonderlijke dispensaties

Inleiding

Zowel de wettelijke als kerkelijke overheid bewaken de volksgezondheid tegen gevolgen van inteelt. Huwelijken tussen bloed-en aanverwanten zijn daarom onderhevig aan wettelijke regels. Dit betekent dat er in de archieven hierover het nodige materiaal is terug te vinden. In de afgelopen 50 jaar heb ik honderden huwelijksdispensaties wegens bloed-en aanverwantschap verzameld uit de regio Roosendaal en waar mogelijk de bloedverwantschapslijn gereconstrueerd. Voor genealogen kan dit interessante informatie opleveren. De komende jaren wil ik deze dispensaties en bloedverwantschapslijnen via internet gaan publiceren. Op deze website presenteer ik alleen de bijzondere of uitzonderlijke  huwelijksdispensaties.

Onder bloedverwantschap wordt in het Nederlands en Belgisch recht verstaan a) de betrekking tussen personen van wie de een afstamt van de ander, ofwel b) de betrekking tussen hen die van eenzelfde persoon of personen afstammen. De mate van bloedverwantschap wordt uitgedrukt in graden. Tussen het kerkelijk recht (RK) en het burgerlijk recht zijn er grote verschillen voor wat betreft de methode van berekening van graden van bloedverwantschap. In het kerkelijk recht zijn volle neef en nicht tweede graads bloedverwanten, in het burgerlijk recht vierde graads bloedverwanten. Omdat we op deze pagina’s uitsluitend aandacht besteden aan de kerkelijke dispensaties wordt niet ingegaan op de berekening van graden volgens het Burgerlijk Wetboek. Ook de berekening van graden volgens de germaanse en romeinse rechterlijke telling blijven buiten beschouwing.

Berekening van graden volgens het kerkelijk recht

Het schema links illustreert de methode van berekening van graden van bloedverwantschap volgens het kerkelijk recht. B en C zijn kinderen van A. D een kind van B; en E een kind van C, etcetera. 

Bloedverwantschap
A, B, D, F en H zijn dan bloedverwanten in de rechte lijn, evenals A, C, E, G en I. Daarentegen zijn B, D , F en H ieder enerzijds en C, E, G, E ieder anderzijds bloedverwanten van elkaar in de zijlinie. Graden in de rechte lijn worden berekent door het aantal geboorten te tellen dat de betrokken personen scheidt, dus: Eerste graad: A en B; B en D; D en F; C en E; E en G; G en H. Tweede graad: A en D; A en E; B en F; C en G; E en H. Derde graad: A en F; B en H, A en G; C en I. Vierde graad: A en H respectievelijk A en I.

Graden in de zijlinie worden berekend door het aantal geboorten te tellen tot men de gemeenschappelijke stamouder bereikt heeft, dus: Eerste graad: B en C; Tweede graad: D en E; Derde graad: F en G en vierde graad: 

In de zijlinie kan het voorkomen dat twee personen niet even ver van de gemeenschappelijke stamouder verwijderd zijn. In dat geval wordt de graad bepaald door de persoon die het verst van de stamouder afstaat, dus B en E; resp. C en D zijn formeel tweede graad maar worden in de praktijk ook wel aangeduid als gemengde eerste en tweede graad. D en G, resp. E en F zijn formeel derde graad maar kunnen ook aangeduid worden als gemengde tweede en derde graad. Overeenkomstig zijn H en F formeel vierde graad maar staan vaak te boek als gemengde derde en vierde graad. Indien B en C zouden voortkomen uit twee huwelijken van A dan nog vindt berekening op een identieke wijze plaats.

 

Huwelijksverboden

In de kerkelijke wetgeving is elk huwelijk tussen bloedverwanten in de rechte lijn verboden. Thans geldt in de zijlinie een verbod tot en met de derde graad, waarbij het huwelijksbeletsel steunt op de natuurlijke bloedband en niet afhangt van de wettelijke erkenning daarvan. Voor dat het kerkelijk wetboek werd vernieuwd in 1919 gold een huwelijksbeletsel tot en met de vierde graad.

Huwelijksdispensaties

Huwelijksdispensaties vanwege bloedverwantschap kunnen gegeven worden als er ‘gegronde’ redenen bestaan die zwaarwichtiger moeten zijn naarmate de bloedverwantschap nauwer is. Men kan denken aan een toekomstige bruid die reeds zwanger is of een een reden van sociaal economische aard zoals een man of vrouw die zonder partner in armoede zou vervallen. Huwelijksdispensaties in de eerste collaterale graad van bloedverwantschap (dat is dus broer en zus) worden nooit verleend. Huwelijksdispensaties in de gemengde eerste en tweede graad zijn uitzonderlijk, maar komen wel voor.

Notatie

Teneinde niet steeds in herhalingen te hoeven vervallen wordt op deze website kortheidshalve een notatie gebruikt zoals hier onder aangeduid.

Op deze website worden de volgende notaties gebruikt voor bloedverwantschap 
dispensatie wegens bloedverwantschap in de tweede graad in de zijlinie
dispensatie wegens bloedverwantschap in de derde graad in de zijlinie
dispensatie wegens bloedverwantschap in de vierde graad in de zijlinie
(1+2)º dispensatie wegens bloedverwantschap in de gemengde eerste en tweede graad in de zijlinie
(2+3)º dispensatie wegens bloedverwantschap in de gemengde tweede en derde graad in de zijlinie
(2+4)º dispensatie wegens bloedverwantschap in de gemengde tweede en vierde graad in de zijlinie
(3+4)º dispensatie wegens bloedverwantschap in de gemengde derde en vierde graad in de zijlinie
2º+3º dispensatie wegens bloedverwantschap in de tweede plus derde graad in de zijlinie
3º+4º dispensatie wegens bloedverwantschap in de derde plus vierde graad in de zijlinie
4º+4º dispensatie wegens bloedverwantschap in de vierde en vierde graad in de zijlinie

Men dient goed onderscheid te maken tussen enerzijds (2+3)° = bloedverwanten in de gemengde tweede en derde graad en anderzijds bloedverwanten in de 2°+3° = bloedverwanten in de tweede plus derde graad. In het eerste geval stammen bruid en bruidegom af van een ouderpaar; in het tweede geval hebben bruid en bruidegom twee gemeenschappelijke ouderparen. Uiteraard zijn er nog andere mogelijkheden dan in bovenstaande lijst omschreven. Bijvoorbeeld 3°+3°+4° waarmee bedoeld wordt bloedverwanten in de dubbele derde graad en in de vierde graad. Dit houdt in dat bruid en bruidegom drie gemeenschappelijke ouderparen hebben. Uiteraard komt dit laatste niet zo frequent voor. Hoewel het op het eerste gezicht vreemd lijkt kan het toch zo zijn dat een bloedverwantschap in de 3°+3°+4° slechts twee gemeenschappelijke ouderparen oplevert. Dit doet zich voor als de bruidegom (of bruid) langs twee verschillende lijnen van één van de gemeenschappelijke ouderparen afstamt.

Dispensatie verzuimd aan te vragen

Indien men een huwelijk aangaat voor de Rooms Katholieke Kerk is ook heden ten dage een standaard vraag bij de ondertrouw of de aanstaande bruid en bruidegom bloedverwant zijn. Wordt deze vraag ontkennend beantwoord maar komt men na de huwelijkssluiting tot de ontdekking dat er wel degelijk sprake is van bloedverwantschap binnen drie dan wel vier generaties dan is volgens het kerkelijk recht het gesloten huwelijk ongeldig en moet dat huwelijk hernieuwd worden. De tijdspanne tussen het sluiten van een huwelijk en de hernieuwing van dat huwelijk varieert nogal. Er zijn mij huwelijken bekend die al na een dag vernieuwd moesten worden maar ook huwelijken die pas na veertien of meer vernieuwd werden. Zo werd voor het huwelijk van Marijn Boeren en Adriana van Ham dat gesloten werd op 16 mei 1819 de volgende dag al dispensatie, wegens bloedverwantschap in de 4e graad, aangevraagd. Diezelfde dag verleende het Apostolisch Vicariaat de dispensatie. In het jaar 1695 trouwden Cornelius Engelen en Christophora Claesen (=Stoffeltje Claessen Mangelaer). Omdat verzuimd was dispensatie aan te vragen, wegens bloedverwantschap in de 4e graad, werd dit huwelijk hernieuwd in 1697, dus veertien jaar later.. Bruidegeom en bruid waren beiden nakomelingen van Jan Hendrick Heijmans alias Jan Hendrick van der Rijt en Anthonia Jan Pieters Peckstock. Een en ander had tot gevolg dat opeens duidelijk werd dat ook voor een aantal andere, eerder gesloten huwelijken, dispensatie had moeten worden aangevraagd. Het is gebleken dat er nog drie echtparen, getrouwd voor 1697, van het echtpaar Heijmans/Peckstock afstammen.

E.G. Boeren; Herbevestiging van huwelijken, Periodiek Heemkundekring de Vierschaer (Wouw), 2002-2, pag. 9-12.

Instructies van de Kerkelijke overheid

Van tijd tot tijd werden er door de kerkelijke overheid instructies uitgevaardigd met betrekking tot het verlenen van dispensaties wegens bloed-en aanverwantschap. Een voorbeeld van zo’n instructie, uitgegeven door het dekenaat van Bergen op Zoom (Bisdom Antwerpen) omstreeks 1720 is de volgende:

Instructio pro matrimonialibus decanus Christianitatis Bergaezomensi nullam habt facultatem dispensandi in ullo consanguinitatis aut affininitatis gradu; illmus dnus epus Antvierpiensis dioecesanus dispensat in 3o et 4to consanguinitatis et affinitatis gradu jura hujusmodi dispensationis quinque sunt pattacones; pro secundo et secundo et secundo et tertio mixto tum consanquinitatis tum affinitatis gradu ad urbem recurrendum est; suntque jura dispensationis pro 2do gradu aequali 15 pattacones cum duobus solidis regiis; pro 2do autem mixto cum tertio undecim tantum quos secretario episcopi dioecesani anticipare debet pastor cum arbore lineali consanguinitatis vat affintatis sicque post sex septimanas elapsas habebit dispensationem; dispensat autem archpresbyter Bergaezomensis in bannis et pro tempore clauso: jura vero sunt solidi duo regii.