Visitaties

VISITATIES DODE LICHAMEN TE ROOSENDAAL EN NISPEN

In schepenprotocollen kan men akten tegenkomen van overlijden ten gevolge van een niet natuurlijke oorzaak zoals bijvoorbeeld moord en doodslag, dood als gevolg van een ongeval (al dan niet door schuld) en zelfdoding. Bij een niet-natuurlijke dood was de procedure als volgt: men diende de schout te verwittigen, die op zijn beurt met twee schepenen en de secretaris of substituutsecretaris zich naar de plaats des onheils begaf waar dan de chirurgijn (meestal de vrijheidschirurgijn) het lijk, of zoals in de akten steeds geschreven staat het dood lichaam, visiteerde. In sommige gevallen moest er sectie worden verricht om meer uitsluitsel te krijgen over de doodsoorzaak. In het geval van sectie moest de chirurgijn zijn werk doen in aanwezigheid van een andere chirurgijn en/of een dokter (=medicinae doctor of medicine licentiaat). Ook in geval van twijfel of er wel sprake is van een natuurlijke dood volgde een visitatie. In geval van terechtstelling is er ook sprake van een onnatuurlijke dood, uiteraard vindt er dan geen visitatie plaats.


Pauwelijntghen Stoffel Pauwels, 3 à 4 jaar oud verdronken in de turfvaart

Op 29 augustus 1641 visiteren schepenen het lichaampje van Pauwelijntghen waarvan de vader is Stoffel Pauwels. Zij is verdonken in de turfvaart bij het huis van de weduwe Hendrick Lambrechts en ligt met beide voetjes nog in het water.

WBA: Roosendaal en Nispen; R158, fol. 72v. 


Jan Anthonissen Heusschaerts gestikt in het grit in een hof in de Molenstraat

Op 3 juli 1648 visiteren schepenen het lichaam van Jan Anthonissen Heusschaerts, jm, die met zijn voeten in de grijtte (=gruis) in de hof achter het huis van zijn moeder Maijken van Son in de Molenstraat ligt. Hij leed aan de vallende ziekte en was daarom onder de hoede van zijn moeder bij wie hij inwoonde. Schepenen troffen hem met zijn aangezicht in de grijtte en constateren dat hij daarin gestikt is.

WBA: Roosendaal en Nispen; R250, fol. 65v-66r {Img75}.


Cathalijn de Backer, 3 jaar oud, verdronken

Op 3 april 1686 visiteren schepenen het kind van Cornelis de Backer wonende op Vroenhout. Het kind Cathalijn geheten en circa 3 jaar oud, bevindt zich in de sloot en schepenen constateren de verdrinkingsdood zoals bleek uit den broessem off pruijsende uijt desselfs neus ende mont. Cornelis de Backer en zijn echtgenote Dingentien Hendricx van der Riet verklaren dat het kind om ongeveer 12 uur die dag uit huis gegaan is en na een kwartier heeft Dingentjen het kind in de sloot gevonden met zijn hooft derwaerts en ende sijn voeten even boven water.

WBA; Roosendaal en Nsipen, R358, fol. 48r {SDC11949}.


Onbekende soldaat verdronken

Op 6 januari 1688 begeven stadhouder en schepenen zich naar de Kale Brug (dat is de brug over de beek bij de oude Wouwseweg). Aan de westzijde daarvan in het water ligt een dode soldaat. Hij is gekleed in een roije rok met blauwe opslagen en een broek. Hij heeft ook een knapzak bij zich. Zij laten het lichaam naar Roosendaal brengen. De volgende dag wordt zijn lichaam ontbloot en door de chirurgijn Pelle wordt geoordeeld dat er diverse aanwijzingen zijn dat de soldaat verdronken is. Dit blijkt onder andere uit het bruijsse ende pruijsse uijt sijn mont.

WBA; Roosendaal en Nispen, R360, fol. 22r {SDC11985}.


Aelbregt Verdoorn verongelukt op een drimmelaarschip

Op 16 februari 1689 verzoeken Dirk en Gerit Verdoorn om een inspectie en visitatie van het dode en verongelukte lichaam van Aelbregt Verdoorn dat ligt in het vooronder van het drimmelaarschip van zijn moeder aan de Kade. De vrijheidschirurgijn verklaart dat een contusie voor aen ’t hooft van de overledene mogelijk een versticking van het bloed heeft veroorzaakt zonder te weten of het beckeneel gebersten is off niet. Verder wordt een verpletteringe van het aangezicht geconstateerd. Gevisteerd door: Jacobus van Rotterdam

WBA; Roosendaal en Nsipen, R361, fol. 10r {SDC12005}.

Omdat blijkbaar niet onomstotelijk vast staat wat er heeft plaats gevonden, krijgt de zaak nog een vervolg met verschillende verklaringen en uiteindelijk een …  lees verder 


Lindert Leenderts Veraert, 2 jaar oud, door het ijs gezakt en verdronken

Op 8 december 1691 begeven drie schepenen zich naar het huis van de weduwe van Leendert Jansen van Aert op Borteldonk en hebben daar op het einde van de boomgaard dood in het water gevonden het kind Lindert Leenaarts Veraart (circa 2 jaar oud) van genoemde weduwe. De moeder verklaart dat het kind door het ijs is gezakt.

WBA; Roosendaal en Nispen, R364, fol. 116r {SDC12020}.


Adriaen, schoonzoon van Pieter Block, overlijdt ten gevolge van noodlottig ongeval

Op verzoek van de schout compareerden Pieter Melssen van Nieuwenhuijsen en Adriaen van den Bosch. Zij zijn op donderdag 26 februari 1699 tussen 4 en 5 uur ’s middags op de Kade aan het werk geweest om gerst te meten voor Pieter Costermans in ’t schuijtje van Pieter Block. Pieter Nieuwenhuijsen en Adriaen van den Bosch  hebben gezien en gehoord dat Pieter Block naar zijn schoonzoon (die ook op het schuitje stond) riep Adriaen siet daer is het roer, ick weet niet wat gij met het roer scheep doet; gij en schieten gaen niet mede. Waarop Pieter Block het roer uit de garst oppakte. Pieter Melsen  verklaart dat hij gezien heeft dat de haan van het roer de reebanden van ’t zijl raakte. Het roer is daardoor afgesprongen. Met als gevolg dat Pieter Block onder in de buik  in de linker lies getroffen is.

WBA; Roosendaal en Nispen, R371, fol. 31v {SDC12110}.


Pieter Dielisse Loos overleden door een schotwond in de buik

Op 23 september 1696 begeven twee schepenen zich op verzoek van Cornelis van Dun, namens de schout zich naar het huis van Dielis Loos, landman op Hulsdonk. Ze treffen daar aan het dode lichaam van Pieter Dielisse Loos met een schotwond in de buik. Het lichaam wordt geopend om de hagel te verwijderen.
Gevisteerd door: (Willem) Martinet Lataelje in bijzijn van de vrijheidsdoctor Christiaen Swaens.
De visitatie wordt gevolgd door een akte waarin Marijnis Jacobssen Decker, 45 à 46 jaar oud en wonende op Hulsdonk en Adriaen Pauwelssen Decker, landman op Hulsdonk een verklaring afleggen. Marijnis verklaart dat hij op voorleden vrijdag tussen 4 en 5 uur op de werf van Dielis Loos was en dat daar toen ook gekomen is Jan Thomas Ruijs die iets zei, wat hij niet kon verstsaan tegen de echtgenote van Dielis Loos. Daarna hoorde hij Ruijs zeggen Pieter is soo gequest. Daarop hebben Marijnis en de echtgenote van Dielis Loos Pieter zien liggen aan de slootkant met een schotwond in de buik. Op de vraag wie dat gedaan had, antwoordde Pieter ogh Jan heeft het mij gedaan. Marijnis heeft geholpen de gewonde op de kar te leggen en is naar het huis van de familie Loos gereden.  Adriaen verklaart dat op voorleden  vrijdag Pieter Loos met een kar is gebracht naar de werf van het huis van Dielis Loos en dat hij heeft geholpen Pieter van de kar te helpen en naar het huis te dragen. Hij heeft gezien dat Pieter Loos gekwetst was in zijn buik en gehoord dat zijn vader Dielis Loos vroeg wie heeft dat U gedaan. Pieter antwoordde daarop ogh Jan heeft het gedaan en hij hij heeft ook gehoord dat Jan Thomasse Ruijs, die daar mede aanwezig was, zei ogh wat sal ik gaan doen en onmiddellijk daarop begon te krijten en te lammeteren, terwijl hij aan zijn broer Pieter Thomas Ruijs, die daar ook aanwezig was een kruithoorn overhandigde die hij uit zijn zak trok.
Ook Cornelis Buijsen, echtgenote van Dielis Loos legt op 23 septemer 1696 een verklaring af. Zij zegt dat op voorleden vrijdag om ongeveer 11 uur ‘smorgens Jan Thomas Ruijs met haar zoon Pieter Dielissen Loos vanuit haar huis veltwaarts zijn gegaan en dat ze om omstreeks 1 uur weer naar huis zijn gekomen en zij heeft an Thomas gevraagd of hij wilde blijven eten, hetgeen Thomas ook gedaan heeft. Daarna zijn ze weer vertrekken en na circa twee of drie uur is Thomas vanuit het boekweitveld weergekomen en heeft haar van achteren aangestoten en zei comt, helpt uwen Pieter eens; ik hebbe hem daar soo geschoten. Waarop Cornelia antwoordde ogh, Jan heb de gij hem soo geschoten. Waarop Thomas repliceerde ogh ja ik heb hem geschoten waarop Cornelia met Thomas Ruijs en Marijnis de Decker naar Pieter Loos zijn gegaan in de weide genaamd Klinke en hem daar hebben gevonden bij de slootkant met een schotwond in de buik. Toen Cornelia haar zoon vond zei ze ogh Pieter hoe leghde gij hier soo. Waarop Pieter antwoordde ogh ja moeder. Op de vraag wie heeft dat gedaan zei Pieter Jan Thomas heeft het mij gedaan in’t willen overgeven van een roer over den sloot. Jan Thomas Ruijs zei nogmaals ik hebbe het gedaen met de toevoeging nu moet ik al mijn leven een lantlooper sijn. Het lichaam van Pieter is op de kar gelegd en in het bijwezen van Jan Thomas Ruijs en Marijnis de Decker naar het huis van de familie Loos gebracht. Op 25 september 1696 legt Theodorus Dielissen Loos, jonge man en circa 27 à 28 jaar oud een verklaring af. Hij verklaart dat hij op voorleden vrijdag tussen  en 5 uur thuiskwam met een geladen kar boekweit en dat hij daar zijn broer Pieter gewond op een kar zag liggen. Hij heeft daarop zijn paard va de boekweit kar uitgespannen en is naar Roosendaal gereden om een priester te halen. Toen hij weer thuis kwam vroeg hij aan Jan Thomas Jan, hoe is dat ongeluk toegecomen is het roer gebarsten of hoe is’t. Jan antwoordde ik hebbe hem omverre geschoten en segt het toch aan niemandt niet want anders moet ik al mijn leven een lantlooper sijn.Waarna Jan Ruijs meteen seer bitter ende jammerlijk begon te krijten en lammeteren. Op zijn vraag waar hij het roer gelaten had anwoordde Jan onder de prasle {prasle = planten (aan de slootkant)} waar Theodorus het roer ook gevonden heeft.

Roosendaal, R368, fol. 154v {SDC12619}.
Roosendaal, R368, fol. 154v-155r {SDC12620/12621}.
Roosendaal, R368, fol. 155v-156r {SDC12622/12623}.
Roosendaal, R 368, fol. 156v-157r {SDC12624/12625}.


Jan Janssen Brant overvallen en dood geschoten

Op 9 maart 1697 begeven schepenen L. van Hulst en P. de Jongh zich naar het woonhuis van Jan Janssen Brant op de Langendijk. Zij vonden hem daar dood in zijn slaapstede met blote benen daarvan afhangende. Hij is bij een overval door twee schoten in de borst getroffen. lees verder

WBA; Roosendaal en Nispen, R369, fol. 22v-23r.


Janneken Cornelissen Kaipers verdronken bij de bovenspui van de Turfvaaart op Langdonk

Op 2 mei 1698 begeven schepenen zich naar het kwartier Langdonk. Bij de Turfvaart bij de bovenspui op de kant, met de voeten in het water, hebben zij een vrouw aangetroffen. Volgens zegge van omstanders, is deze verdronken vrouw genaamd Janneken Cornelissen Kaipers uit Nieuwmoer. De vrijheidschirurgijn Martinet Latailje wordt ontboden die verklaart verder geen kwetsuren te vinden.

WBA; Roosendaal en Nispen, R370, fol. … {Img75}


Adriaen Janssen Brosius verdronken in de Huijbrechtse turfvaart

Op 17 januari 1700 begeven schepenen zich naar Nispen naar het huis van Jan Cornelissen {Hendriksen} waar ze het dode lichaam aantreffen van Adriaen Janssen Brosius die de dag daarvoor verdronken is in de Huijbrechtse Turfvaart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R372, fol. 16v {SDC12320}.


Joos Adriaensen van Son overleden door een steek in de borst van een dief

Op 9 februari 1700 op verzoek van de substituut schout begeven schepenen zich naar de Hoge Brug ten huize van Adriaen Janssen van Son. Ze hebben daar het dode lichaam aangetroffen van diens zoon Joos Adriaensen van Son. Door de chirurgijns Willem Martinet Lataelje en Marijn van Breugel in bijzijn van de med. dr. Christiaen Swaens is het lichaam geopend en men constateert dat hij door een steek onder de linkerborst is overleden.  lees verder

WBA; Roosendaal en Nispen, R372, fol. 61v. 


Janneken Adriaenssen van den Broeck verdronken

Op 9 augustus 1700 op verzoek van de schout begeven schepenen zich naar de Kade naar het schip van Johan de Moor. Daar treffen zij het dode lichaam aan van Janneken Adriaenssen van den Broeck, de meid van Johann de Moor. Zij is de dag daarvoor van het schip in het water gevallen is ter hoogte van het Turfhoofd.
Gevisiteerd door: Willem Martinet (Lataille).

WBA; Roosendaal en Nsipen, R 372, fol. 134v {SDC12344}


Pieter Bastiaens Lodewijcx vermoord

Op 17 mei 1701 op verzoek van de heer van Dun, namens de schout, begeven twee schepenen, van Dun en de substituut secretaris zich naar het huis van de kinderen van Bastiaen Lodewijcx. Daar treffen ze aan het dode lichaam van Pieter Bastiaen Lodewijcx, leijndraijer, met een steekwonde in zijn lijf door de lever. Her lichaam wordt om circa 9 uur gevisiteerd door de vrijheidsdoctor-en chirurgijn. De dag daarna (18 mei) legt Steven Adriaensz Verbraeck, jongeman van 23 jaar op verzoek van de schout een verklaring af. Hij verklaart dat hij op afgelopen maandagavond (dat is 16 mei) in de herberg van Adiaen de Haen in Kalsdonk is geweest daar heeft hij Pieter Bastiaen Lodewijcx ontmoet en omstreeks tien uur zijn ze terugkomende van de herberg aangekomen bij het huis van de weduwe van Marcelis van Breugel alwaar Pieter een pint bier wilde gaan drinken Steven heeft Pieter daarvan weerhouden siende dat hij Lodewijcx eenigsints beschonken was. Ze zijn verder gegaan en aangekomen bij de deur van de molenaar Jan Pietersz ‘sGrauwen. Daar wilde Pieter onder de lindeboom een pijp tabak aansteken, ook daarvan heeft Steven hem weerhouden, te meer omdat voor het huis van de molenaar twee dragonders stonden. Steven wilde Pieter naar huis brengen ze zijn richting Markt gegaan en aangekomen voor de deur van Govert van Scharluijnen waar ook een lindeboom stond en ook daar wilde Pieter een pijp tabak aansteken. Steven en Pieter zijn onder de lindeboom gaan zitten en terwijl ze daar zaten is vanuit de Molenstraat een dragonder gekomen die beschreven wordt als middelmatigh ende niet te lang persoon die hoogduits sprak. Die dragonder zei ter duivelse hoerekint, een hoerekint. En hij vroeg om een pijpe toeback. Steven en Pieter zeiden die niet te hebben. Maar Pieter vervolgde: een hoerekint; segh wat is dat, waarop de dragonder zijn houwdegen trok en in het hoogduits zei sta ter duijvel en meteen stak. Steven wist niet dat Pieter gekwetst was maar meende dat de steek naast het lichaam was gegaan. Daarna zei de dragonder honsvot, bruijt dien stock die gij daer in de handt hebt weg of ick sal u over de ooren houwen. Pieter heeft de stok weggeworpen waarop de dragonder zei neemt den stock op en werpt hem verder van u. Hetgeen Pieter ook heeft gedaan. Pieter is vervolgens naar de Markt gelopen. Steven is nog even blijven staan bij deur van Scharluijnen en de dragonder heeft nog iets gezegd in het hoogduits dat Steven niet kon verstaan behalve dan ick wil dien kerel houwen, terwijl hij opnieuw zijn houwdegen trok. Steven is de straat uitgelopen richting Vismarkt om naar huis te gaan. Ter hoogte van de pastorie zjin bij hem gekomen Bart, de zoon van Wouter de Ketelaer en en Jacobus de zoon van Anthonij Thijssen aan wie Steven het gebeurde heeft verteld. Hij heeft hen gevraagd of zij mee wilde gaan naar de Kaeije om de broer van Pieter te gaan zeggen wat er gebeurd was en ook te gaan zeggen dat hij naar zijn broer moet gaan kijken omdat die dronken is. Toen ze gedrieën om naar de Markt te gaan ter hoogte van de deur van Cornelis Aersen Gielis waren aangekomen hoorden ze achter hen geroep (in het hoogduits) past op, past op die drije daer. Steven, Jacobus en Anthonij zijn toen gaan lopen tot bij de kerk, maar Bart die kreupel is, is blijven staan bij de deur van Gielis. Steven verklaart verder dat hij tijdens het lopen voor de deur van de Roscam verscheidene dragonders heeft zien staan en dat hij vermoedt dat het geroep voor hen bestemd was. Steven is vervolgens richting Kade naar huis gegaan. Pieter Bastiaen Lodewijcx is begraven op 19 mei 1701. Op 10 juni 1701 taxeren schepenen op verzoek van Niclaes Bastiaen Lodewijcx als enige erfgenaam van zijn broer Pieter de erfgoederen in verband met de collaterale succesie. Gevisiteerd door: de vrijheidsdoctor Christiaen Swaans en de vrijheidschirurgijn Willem Martinet (Lataille).

Roosendaal, R373, fol. 64r {SDC12748}.
Roosendaal, R373, fol. 72r-73r {SDC12749/12750/12751}.
Roosendaal, R373, fol. 83r-v {SDC12756/1257}.


Kind van Adriaen Janssen IJserman, 2 jaar oud, verdronken

Op 31 juli 1702 wordt het dode lichaampje gevisiteerd van het niet met name genoemde circa 2 jaar oude kind van Adriaen Janssen IJserman dat verdronken is een put off drenkje voor aan de straat. Gevisiteerd door: Willem Martinet (Lataille).

WBA; Roosendaal en Nsipen, R374 


Baby-lijkje gevonden

Op 11 juni 1703 gaan twee schepenen en de substituut secretaris op verzoek van de schout naar de wijk Bulkelaar onder de jurisdictie van Roosendaal. Zij vinden daar ontrent of bij ’t weegtje alwaer dat om Adriaen Claes Pierssen is gewesen in selver schaarbos toecomende de erffgenamen van Huijbt Schijven seecker doot jong geboren dogtertie leggende. Zij ligt in een bladerenbos met het aangezicht tegen de grond. Adriaen Claes Pierssen verklaart dat hij op de dag daarvoor naar zijn schuur gegaan is om naar het hout te sien en toen bij de heg het kind nog levend gezien heeft en het met een muts en deken bedekt heeft. De schepenen constateren dat ’t vlees aan de hieltjen afgeknabbelt te sijn. Ze laten het babylijkje naar Roosendaal overbrengen.

WBA; Roosendaal en Nsipen, R375, fol. 3r-v {SDC12081}.


Cornelis Bogaerts verdronken in de beek achter de Vrouwe Made

Op 17 mei 1706 begeven schepenen zich naar de beek achter de Lage Vrouwe Made ze hebben daar aangetroffen het verdronken lichaam van Cornelis Bogaerts. De vrijheidschirurgijn constateert dat het lichaam ongequest en ongeschonden is.. Gevisiteerd door: Willem Martinet Lataille.  Cornelis Adriaenssen Bogaerts is begraven op 19 mei 1706

WBA; Roosendaal en Nsipen, R378, fol. 117v {SDC12445}.


Cornelia Bartelen, 9 jaar oud, verdronken in een put

Op 25 juli 1707 wordt in de wijk Kalsdonk het 9-jarig dochtertje Cornelia van Jacob Cornelis Bartelen gevisiteerd dat ligt op de kant van de put bij diens huis. Volgens de verklaringen van Jacob Cornelissen Bartelen en zijn echtgenote is zij verdronken. De  vrijheidschirurgijn constateert de verdrinkingsdood. Gevisiteerd door: Willem Martinet Lataille.

WBA; Roosendaal en Nispen, R379 …..


Dingena van Osta, ongeveer 1½ jaar oud, verdronken in de brouwput

Op 30 juli 1708 begeven schepenen zich op verzoek van Jacob van Osta naar Vroenhout waar zij achter de brouwerij van van Osta in de brouwput zijn kind, genaamd Dingena en oud circa anderhalf jaar, lag. Zij is ijegelijck in de brouwput gevallen en verdronken zoals generalijk van een ijder wierde getuijght. De niet met name genoemde chirurgijn bevestigt de verdrinking.

WBA; Roosendaal en Nispen, R380, fol. 109r-v {SDC12419/12420}.  


Willem Verhaert, ongeveer 5 jaar oud, verdronken nabij het turfhoofd

Op 7 juli 1709 begeven schepenen zich naar het Turfhoofd waar ze in het water hebben zien liggen het kind van Lucas Verhaert genaamd Willem en circa 5 jaar oud. De chirurgijn concludeert dat het kind in het water is verongelukt. Gevisiteerd door: Pieter Boenders.

WBA; Roosendaal en Nispen , R381, fol. 96r {SDC12402}.


Onbekend persoon plots ter aarde gevallen

Op 31 maart 1710 nabij de Lage Brug is een onbekend persoon, grijs van haar, seer schielijk ter aarde gevallen en overleden. Men heeft het lichaam naar het huis van Anthonij Backer gebracht, waar het lichaam gevisiteerd wordt door de chrurgijn en de goederen van de overledene geïnventariseerd worden. De chirurgijn vindt geen dodelijke verwondingen en meent dat er sprake is van hartfalen.

WBA: Roosendaal en Nispen, ABA803, fol.69v {Img80}.


Jan Adriaenssen Ruijters, 7 jaar oud, verdronken

Op 30 november 1710 begeven schepenen zich naar het woonhuis van Adriaen Janssen Ruijters, meester schoenmaker. Daar hebben ze in de binnenkamer het dood lichaam zien liggen van zijn kind genaamd Jan Adriaenssen Ruijters, oud 7 jaar. Bij visitatie werd geconstateerd dat het kind verdronken is:  alsoo het water in ’t doende der visitatie uijt ’t voors. kint sijn mont is comen loopen.

WBA; Roosendaal en Nispen, ABA803, fol.158v-159r {Img169}.  


Maria van Hulsdonk, een kind, is verdronken aan de zuidzijde van de waterloop in de Molenstraat

Op 9 mei 1712 begeven twee schepenen en de secretaris zich naar een weide aan de zuidzijde van de Molenstraat naast ‘sheren waterloop. Zij hebben daar het dood kind, genaamd Maria, van Cornelis Pietersen van Hulsdonk aangetroffen. De vrijheidschirurgijn verklaart dat het kind verdronken is, hetgeen door een ijder daer present sijnde getuijgt. Gevisiteerd door: Christoffel Dircken.

WBA; Roosendaal en Nispen, R 383, fol. 100r {SDC12475}.


Pieter van der Heijden, is verdronken in de Turfvaart bij de Hoge Brug 

Op 21 november 1712 begeven twee schepenen en de substituut secretaris zich naar de Hoge Brug. De avond daarvoor is Pieter van der Heijden, landman wonende op de Nieuwenberg, volgens getuigen van een ijgelijck, van de Hoge Brug in de Turfvaart gevallen en aldaer nog eenigsints levendigh sijnde uijtgehaelt ende gebraght aan de huijsing van Jan Looten, tavernier in de herberg ’t Molentie alwaer hij immediaet daerna is overleden.   De vrijheidschrurgijn constateert dat Pieter door ’t water is versmoort. Pieter van der Heijden is begraven op 24 november 1712; hij werd uitgeluid met twee klokken waarvoor 2 gld. werd betaald. Gevisiteerd door: Christoffel Dircken.

WBA; Roosendaal en Nispen, R383, fol. 195r {SDC12485}.


Lodewijk Bartelen van de Riet verdronken in een sloot achter St. Sebastiaansdoelen

Op 1 januari 1715 begeven twee schepenen en de substituut secretaris zich om 8 uur ’s morgens naar het huis van Lodewijk Bartelen van der Riet wiens lichaem doot in een matte was leggende. De vrijheidschirurgijn constateert dat hij gesuffoqueert en gesmoort is, hetgeen door getuigen wordt bevestigd; hij is de avond daarvoor gevonden in een sloot in zijn wei gelegen achter de St. Sebastiaansdoelen. Gevisiteerd door: Christoffel Dircken.

WBA; Roosendaal en Nispen, R386, fol. 1r {SDC 12568}.


Onbekende man verdronken in de Engebeek

Op 15 augustus 1716 begeven schepenen en de secretaris zich naar den Stock in het Agterbosch waar ze aan de waterkant van de Engebeeck bij het begin van het Kleijn Maken het dode lichaam van een onbekende man hebben zien liggen. De vrijheidschirurgijn constateert de verdrinkingsdood. Gevisteerd door Christoffel Dircken.

WBA; Roosendaal en Nsipen, R387, fol.104r.


Op zaterdag 10 oktober 1716 wordt een premie van 25 gld uitgeloofd door schepenen van Roosendaal en Nispen aan diegene die informatie kan verschaffen over de dood van Willem Willemssen die de dinsdag daarvoor gevonden is in het water bij den Deurleght. Hij is blijkbaar niet verdronken.

WBA: Roosendaal en Nispen; Register resoluties.  


Adam Pietersen Kool verdronken in de scheepshaven

Op 17 oktober 1716 begeven schepenen C. de Clerq en A. Koen, alsmede de substituut secretaris J. Swaens zich naar de Hoge Brug alwaar zij het dode lichaam hebben aangetroffen van Adam Pietersen Kool. Die volgens getuigen de avond daarvoor is verongelukt en verdronken in de scheepshaven. De vrijheidchirurgijn constateert de verdinkingsdood. Gevisiteerd door: Christoffel Dircken.

WBA; Roosendaal en Nispen, R387, fol. 124r.


Berent Hendricksen van den Brinck is overleden, oorzaak niet duidelijk

Op 1 december 1716 begeven schepenen H. Martelmans en C. van Barel, alsmede de president schepen Christiaen Mens, zich naar het huis van Jan de Bruijn op het kwartier Vroenhout. Ze treffen daar aan het dode lichaam van een persoon waarvan gezegd wordt dat het Berent Hendricksen van den Brinck is. De vrijehidschirurgijn Christoffel Dircken, in aanwezigheid van de chirurgijn Pieter Boenders opent het lichaam en de chirurgijns geven een attest. Het attest is niet in de akte vermeld.

WBA; Roosendaal en Nispen, R387, fol. 161r.


Cornelis Janssen van der Riet verdronken in de Watermolenbeek

Op dinsdag 3 augustus 1717, op verzoek van de schout begeven schepenen en de vrijheidschirurgijn zich naar de Tolberg onder het kwartier Hulsdonk alwaar ze in het huis van Jan Janssen van der Riet het dode lichaam aantroffen van zijn broer Cornelis Janssen van der Riet. Hij is op zondag 1 augustus 1717 in de Watermolenbeek verdronken en op maandag opgevist. De vrijheidschirurgijn constateert dat verdrinking de doodsoorzaak is. Gevisiteerd door: Christoffel Dircken.

WBA; Roosendaal en Nispen , R388.


Theodorus Laets overleden, oorzaak niet duidelijk, vermoedelijk natuurlijke dood (hart falen)

Op 11 oktober 1717 begeven schepenen zich naar het woonhuis van van Lambregt Laets alwaar zij het dode lichaam zien van de brouwer Theodorus Laets die omstreeks 8 uur ’s avonds gevonden was op het kerkhof . Omdat men meende dat hij een flauwte had, heeft men hem naar het huis van zijn broer gebracht. De vrijheidschirurgijn Christoffel Dircken constateert geen kwetsuren en meent dat Theodorus overleden moet zijn door een catharre op de borst en daardoor  moet sijn  gesuffoqueert. Na deze constatering wordt Simon van Rossel ontboden. Hij verklaart dat hij om sijn gevoegh te doen deesen avond is comen te gaan over het kerkhof omtrent de clocke aght uijre dat hij als doen aldaer op de westkant aen de voetpad omtrent over de huijsinge van de heer Johan Zwaens heeft sien leggen een persoon die hij vermeijnde dat aldaer droncken lagh dat hij hem mijdede opdat hij desselfs beenen niet soude trappen, dat hij verder sijne passagie heeft genomen naer de loop toe door den draeijer dat hem aldaer is tegemoet gecomen meester Jan Griffie chirurgijn aen dewelcke hij verhaelde dat ter plaetse voorschreven een persoon lagh die hem onebkend was seggende die man conde daer verstijven dat sij naer eenige wisselinge van woorden resolveerden om ten huijse van de weduwe Cornelis Adrien Garst een lanteern met ligt te halen ’t geene sij hebben gedaen om te sien wie daer was leggende dat sij aldaer gecomen sijnde hebben gesien dat het lichaem voorover tegens de gront lagh dat sij hetselve hebben omgekeert dat de voornoemde meester Jan Griffie de hand nam ende voelde naer de pols ende geen gewaer wordende dat hij als doen de klederen voor open heeft geden ende op het hart gevat seggene hij is doot …  Gevisiteerd door: Christoffel Dircken

WBA

 

 

; Roosendaal en Nispen, R388, fol. 182v-183r.


Bello Bernards, 3 jaar oud, verdronken in de sloot achter het huis van Jan Cornelissen Bernards

Op 16 oktober 1718 om ongeveer 7 uur ‘s avonds begeven schout, schepenen en substituut secretaris zich naar het huis van Jan Cornelissen Bernards. Achter het huis aan de kant van de sloot ligt het doodlichaam van het kind Bello, drie jaar oud. De vrijheidchirurgijn constateert de verdrinkingsdood.
Gevisiteerd door: Christoffel Dircken.

WBA; Roosendaal en Nispen, R389 {SDC11938}.


Cornelia Cremers verdronken in de scheepshaven

Op 13 maart 1719 begeven schout en schepenen zich naar de Kade. Aan de kant van de scheepshaven lag het dode lichaam van seecker vrouwspersoon genaemt Catharina Cremers, echtgenote van Aernout Crol. De naam van de verdronken persoon is foutief genoteerd; dit moet zijn Cornelia Cremers. De vrijheidschirurgijn constateert de verdrinkingsdood. Zij is op 16 maart begraven. Gevisiteerd door Christoffel Dircken

WBA; Roosendaal en Nispen, R390, fol. 49r {SDC11933}.


Geert Thomassen Melo, mogelijk een niet natuurlijke dood gestorven

Op 1 december 1720 wordt het dode lichaam van Geert Thomassen Melo gevisiteerd dat ligt op Vroenhout onderaan de voet van een dijk in een perceel land dat de naam heeft van April. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Christoffel Dircken.

WBA; Roosendaal en Nispen, R391


Johanna Mulders, ongeveer 1½ jaar oud verdronken in de mestput

Op 6 juli 1721 wordt bij de drenk off mischput bij het huis van Jan Cornelissen Mulders in de Hoogstraat diens kind Johanna Mulders, circa anderhalf jaar oud,  gevisiteerd dat in die mestput verdronken is. Gevisiteerd door: de chirurgijn Pieter Boenders

WBA; Roosendaal en Nispen, R392


Michiel Fijnenbuijk verdronken in de mestput

Op 9 augustus 1721 wordt het dood lichaam van Michiel Fijnenbuijk in de achterkamer in diens huis gevisiteerd. Hij is door verdrinking om het leven gekomen. Volgens een verklaring van de mr timmerman Jacobus van Son en de mr messenmaker Jan van Langedock zijn zij ’s morgens tussen 5 en 6 uur geroepen om Michiel Fijnenbuijk die in de put lag daar uit te helpen. Toen zij bezig waren hem uit de put te helpen leefde Michiel nog. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Christoffel Dircken.

WBA; Roosendaal en Nispen R392


Jan Pietersen Bartelen dodelijk verongelukt door val van zijn wagen

Op 8 september 1721 in de Boterstraat in de wijk Vinkenboek wordt het dode lichaam van Jan Pietersen Bartelen gevisiteerd waarvan gezegd wordt dat hij ’s morgens rond tien uur verongelukt is door een val van zijn wagen. De chirurgijn constateert dat het tweede en derde wervelbeen onder druk van hun plaats zijn verschoven waarop de dood is gevolgd. De schepenen vragen nog aan de chirurgijn of hij kan zeggen of het slachtoffer overreden is. Maar de chirurgijn kan daar geen uitspraak over doen. Vervolgens worden de 15-jarige Geert Marijnissen Vos en Pieter Wouter Luijcx, die 21 jaar oud is en knecht ten huize van Marijnis Geersen Vos, ondervraagd. Zij verklaren dat zij omtrent 10 uur ’s morgens vanaf het huis van Marijnis Geersen Vos met de wagen zijn weg gereden om klaver te halen in de Boterstraat. Aldaar is Jan Pietersen Bartelen, de knecht van Cornelis Adriaen Pietersen, op de lange wagen gaan zitten. Geert Vos heeft toen gezegd com Jan sit op de wagen of gaet van de lange wagen af, gij soudet daer wel een ongemak krijgen. Jan is op de wagen gekomen en even later hebben Geert Vos en Pieter Luijcx gezien dat Jan Bartelen van de wagen af was en dat zij hem horen roepen dat de wagen over zijn lijf gereden is. Zij hebben hem op de grond zien liggen en ook weer zien opstaan en weer gaan liggen. Zij zijn verder gereden naar het veld en toen zij met klaver op de wagen terugkwamen hebben zij gezien dat Jan Pietersen Bartelen dood was. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Christoffel Dircken.

WBA; Roosendaal en Nispen,  R392 ….


Laureijs Adriaens dodelijk verongelukt door omver geslagen wagen

Op 19 augustus 1722 wordt ten huize van Adriaen Laurijssen sectie verricht op het dood lichaam van diens zoon Laurijs Adriaens. De reden voor de sectie is dat de chirurgijn op basis van de visitatie alleen maar een rodigheijd op het lichaam zag. Bij de sectie (door de chirurgijn samen met de medicinae doctor Lodewijck Rijckevorsel) wordt geconstateerd dat: in de linkerzijde niet ver van de spina dorsi twee ribben waren gebroken zodanig dat het membrama pleura door het einde van de beide ribben doorboort was, waardoor twee aanzienlijke kwetsuren in de linker …. {hier is een woord niet ingevuld} van de “loos” zijn gemaakt zodanig dat de arteria pulmonaris daardoor is afgestoken waardoor aanstonds de de linker holligheijd van de borst met uitgestroomd bloed is gevuld, waarop de dood heeft moeten volgen. Verder volgt er nog een verklaring van de chirurgijn die verklaart dat: hij de dag daarvoor aan het slachtoffer heeft gevraagd hoe aan de kwaal kwam waarover hij klaagde. Het slachtoffer heeft daarop gezegd dat zijn kar was omgevallen en dat hij daaronder was terecht gekomen.
Op dezelfde datum legde Jan Geersen Vos, wonende op Boinck, een verklaring af dat hij de dag daarvoor ’s morgen omstreeks 9 uur terwijl hij thuis was werd geroepen door het meisje van Harman op Hoogerwerf  die zei dat er een kar was omgevallen. Jan is daarop naar de Boincksestraat gegaan en heeft gezien dat de kar van Adriaen Laureijssen omver lag en dat diens zoon Laureijs Adriaensen daar zat op het voetpad en klaagde over pijn bij zijn hart. Jan heeft Laureijs meegenomen naar zijn huis en hem vandaar met zijn paard naar diens vaders huis gereden. Jan heeft Laureijs niet gevraagd hoe hem een en ander overkomen is. Gevisiteerd en sectie verricht door de chirurgijn Pieter Boenders in aanwezigheid van Lodewijck Rijckevorsel, medicinae doctor.

WBA; Roosendaal en Nispen R393 ….


Michiel Differen verongelukt

Op 3 oktober 1722 wordt melding gemaakt van de visitatie ten huize van Anthonij Saij, op het einde van de Achterstraat, van het dood lichaam van Michiel Differen. Het slachtoffer vertoont kwetsuren. Er moet dus sectie verricht worden. De sectie werd   uitgevoerd door de chirurgijns Pieter Boenders en Johan Griffis. Zij verklaren dat op 2 oktober zij het cranium van het verongelukte lichaam van Michiel Differen hebben geopend; zij hebben een fracture op de musculus temporalis geconstateerd an de linkerzijde zich uitstrekkende tot de rechterzijde dwars over het hoofd, zodanig dat door de impressie van de fracture de membrana {durae} matrix over de lengte van een vinger lang was gescheurd, zodanig dat de dood daar wel op moest volgen. Gevisiteerd en sectie verricht door de chirurgijns Pieter Boenders en Johan Griffis. 

WBA; Roosendaal en Nispen  R393 …


Vrouw verdronken bij de Kade

Op 26 oktober 1722 wordt onder de toren het dood lichaam gevisiteerd van een vrouw die volgens een aantal getuigen de avond daarvoor verdronken is aan de Kade en dood uit het water gehaald is. Gevisiteerd door de chirurgijn Pieter Boenders.

WBA; Roosendaal en Nspen R393 …  


Willem Janssen van der Burght overleden door onderkoeling

Op 12 december 1722 wordt op de Lage Brug, in het laatste huis, het dode lichaam gevisiteerd van Willem Janssen van der Burght die daar ook woont. Volgens vele getuigen is hij ’s morgens in de Made over ’t turfhooft gevonden. Waarschijnlijk is hij door onderkoeling overleden.
Gevisiteerd door: ….

WBA; Roosendaal en Nispen  R393 …


Maria Jansen van Beek overleden ten gevolge van hartfalen

Op 9 oktober 1724 wordt in het huis van Willem Bogers het dood lichaam gevisiteerd van Maria Janssen van Beeck, weduwe van Pieter Bogers. De vrijheidschirurgijn neemt geen uitwendige verwondingen waar en vermoed dat Maria zo plotseling is komen te overlijden door eene quetsure dewelcke op haer hart mogte gechoten te zijn.
Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Petrus Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nispen  R394


Anna Jansen van de Sande, 5 jaar oud, verdronken in de turfvaart

Op 8 april 1725 gaan de schepenen en de secretaris naar het huis van Balten Maes over de Hoge Brug op de vaartkant waar ze Soeta Guilliams van Heijst aantreffen met op haar schoot een dood kind van circa 5 jaar oud dat Anna Jansen van de Sande heet. Het kind is, volgens vele getuigen, in de turfvaart gevallen en door de vader Jan Jacobsen van de Sande daar uit gehaald. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Petrus Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nsipen R395.


Geerardus van Steen verdronken bij het turfhoofd aan de scheepskade

Op 3 juni 1726 begeven schepenen C. de Klerck en J. van Dun, alsmede de substituut secretaris zich naar het huis van Bernard van Steen hebben aldaar aangetroffen het dood lichaam van diens zoon Geerardus van Steen, die 22 jaar oud is. Door de vrijheidchirurgijn worden geen kwetsuren vastgesteld en volgens geuigen is hij de dag daarvoor bij het turfhoofd in de scheepskade verdronken. Gevisiteerd door: Petrus Alderkercken.

WBA; Roosendaal en Nsipen  R396, fol. 63v-64r.


Jan Cornelissen van den Bergh door de bliksem dodelijk getroffen

Op 25 mei 1727 begeven twee schepenen en de secretaris zich naar het huis van Domus Jansen van der Heijden op de Knevelaerssteede op Kalsdonk waar ze het dode lichaam aantreffen van Jan Cornelissen van den Bergh. Janneken Bartelen van Eekelen en Barbel Baens, respectievelijk de echtgenote en dienstmaagd van Domus, verklaren dat omstreeks  4 uur ‘smiddags Jan Cornelissen van den Bergh voor het huis op een tafeltje zat met de rug tegen een vesnster. Toen het donderde viel hij van het tafeltje dood ter aarde zonder nog iets te zeggen. De schepenen verklaren nog dat ze constateerde dat twee ruiten van het venster gebroken zijn en er een splinter van het kozijn was afgescheurd. De vrijheidscirurgijn visiteert het dode lichaam en constateert dat Jan van den Bergh door de bliksem getroffen is. Hij geeft hiervan en uitvoerig verslag. De chirurgijn constateert midden op de  wervelbeenderen van de rug een blauwe plek ter grootte van de palm van een hand, waarvan de opperhuid zeer makkelijk afscheijdde evenals het vlees dat door verrottinge bedorven ende gemortificeert is. Op diezelfde plaats is er een inbuiging van de vertebra dors. Op het os saerum worden ook dergelijke blauwe plekken aangetroffen. Het hemd op de rug op de plaats van de blauwe plek had een kleur en een stank van verschroeid en verbrand linnen, of zoals er olie of vitriool opgestort is. In de hemdrok en de voering daarvan wordt een klein gaatje aangetroffen. En ook in de linnen keel en lok een klein gaatje maar iets groter. En in de voering het grootse gat in het hemd en dat de kanten van die gaatjes waren gefraselt ende geweeselt tot een teecken dat er ijets met gewelt was doorgedrongen.Waaruit de chirurgijn de conclusie trekt dat de gevisiteerde door de bliksem is getroffen. Verder constateert de chirurgijn nog dat de bliksem zodanig heeft toegeslagen dat het verte brarum tractus op de eerder genoemde plaats is ingedrukt en ingebogen dat daardoor de ilico de medulla pinalis van haere natuurlijcke rechtlijninge extensie of uijtgestrecktheijd is verandert geworden in een bogtige tegennatuurlijcke extensie en situatie verandert sijnde is gedruckt geworden ende alsoo den invloed van de spiritus animales of dierlijcke geesten ad organa vtalia thoraxis et ab dominis geïntercipieert waerop nootsaeckelijck ende immiddelijk de dood heeft moeten volgen. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Petrus Alderkerk.

WBA; Roosendaal, R398, fol. 101v en fol. 102r-v.


Adriaen Janssen van Ackeren overleden ten gevolge van hartfalen

Op 30 juli 1727 verschijnen Pieter Cornelissen van Overvelt, wonende in Zegge en Adriaen Gabriels Loijen, wonende op Oostelaar onder Wouw voor schepenen van Roosendaal. Zij verklaren dat zij de dag daarvoor ’s middag om ongeveer drie uur op de Groote Made in ’t Regtsaet gelegen onder Roosendaal zijn geweest om heijde te laden. Adriaen Janssen van Ackeren was daar ook bij aanwezig. Toen hij op de wagen van Adrian Loijen stond om hem te helpen werd van Ackeren schielijck bleeck. Toen Loijen hem vroeg wat er schortte antwoorde van Ackeren: o mijn buijck, maer ’t sal wel haest overgaen. Onmiddellijk daarop viel van Ackeren van de wagen in de armen van Loijen. Na ruim een half uur op de grond gelegen te hebben is van Ackeren overleden. Het lijk van aan Ackeren is overgebracht naar het huis van Adriaen Jacobse van Osta op Vroenhout en adaar op 31 juli 1727 gevisiteert door de vrijheidschirurgijn. Deze constateert geen verwondingen en concludeert dat van Ackeren is gestorven door een catharus suffocasivus. Zijn overlijden is ingeschreven in het overlijdensregister van de Wouwse St. Lambertusparochies met de vermelding  subitanea morte.  [De database van het gemeentearchief Roosendaal vermeldt hem foutief onder de naam Adriana van Ackeren; daarom hiernaast een afbeelding van de oorspronkelijke inschrijving]. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Petrus Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nispen, R398, fol. 130r {SDC12363} en fol. 130v.


Johanna van der Hoeven verdronken bij de Lage Brug

Op 1 september 1727 begeven twee schepenen zich naar ’t eijnde van de Leege Brugge waar ze aantreffen het dode lichaam van een vrouwspersoon van wie vertelt wordt dat Johanna van der Hoeven is. De chirurgijn vindt geen tekenen die op iets anders duiden dan verdrinking. Gevisiteerd door: Petrus Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nispen, R398, fol. 142v {SDC12365}.


Ene Anthonij is verdronken

Op 14 december 1729 compareert de vrjheidschirurgijn Petrus Alderkerck voor schepenen. Hij verklaart dat hij zich op 12 december 1729 heeft begeven naar het huis van Anthonij … (sic). Aldaar heeft hij daar aangetroffen diens dode lichaam. Hij heeft geen kwetsuren ontdekt maar constateert dat Anthonij in het water is gesuffoceert ende gesmoort. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Peter Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nsipen R400, fol. 125v-126r.


Lodewijk Janssen, 3 jaar oud, verdronken op de Nieuwenberg

Op 10 april 1734 op een stede op de Nieuwenberg onder de jurisdictie van Roosendaal, gedeeltelijk eigendom van de armen van de Molenstraat, die gehuurd werd door Elisabeth Dingemanse Verbeeck, weduwe van Cornelis Janssen Hollanders wordt het dode lichaampje gevisiteerd van een jongetje van circa drie jaar met de naam Lodewijk Janssen, waarvan de moeder was Janneken Hollanders, weduwe van een zekere Jan, die in leven garnizoenssoldaat was ten dienste van dese landen. Bij aankomst om circa vijf uur treffen schepenen het jongetje aan, liggende op zijn rug met zijn voetje in het water op de kant van een kuijl ofte put achter de woning in de huisdries naast een tuintje. Elisabeth Dingemans Verbeeck, moederlijke grootmoeder van het kind legt de volgende verklaring af. ’s Middags heeft zij het kind op een kruiwagen gezet en is daarmee naar de wei gereden. Daar heeft zij het kind van de kruiwagen gezet en is gras gaan plukken ervan uitgaande dat het kind achter bloempjes aan het plukken was. Na een kort ogenblik keek ze achterom en miste het kind. Ze zag vervolgens het kind in de kuijl off put liggen, heeft het daaruit gehaald menende het kind te redden, maar toen het kant op de kant lag bleek het dood te zijn. Ze heeft het kind laten liggen totdat de schepenen gearriveerd waren. De vrijheidschirurgijn constateert geen contusie, sugellatien en sulutien, etc. en constateert dat het kind verdronken is. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Peter Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nsipen, R403, fol. 28r-29r {SDC12432/12433/12434}.


Pieter Hekelaer verdronken bij de Kade

Op 17 januari 1735 begeven schepenen zich naar de Kaije ter hoogte van de sluizen hebben ze gezien dat het lichaam van Pieter Hekelaar uit het water gehaald is en naar het huis van Jan van Kessel is gebracht. Aldaar heeft de vrijheidschirurgijn geen kwetsuren geconstateerd behalve dat uit de neus en mond een groote quantitijt schuijm ende water uijtliep. Hij constateert de verdrinkingsdood. Op 20 januari 1735 wordt de begraafrekening betaald voor de zoon van Bernardus van de Heeckelaer. Gevisteerd door: de vrijheidschirurgijn Petrus van de Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nispen, R404, fol 1v-2r {SDC13417}.


De kleermaker Jan Croon vermoord

Op 14 juli 1736 ’s morgens m 6 uur wordt in de grote kerk het dode lichaam van de kleermaker Jan Croon gevisiteerd door Marijnis Cuijpers, medicine licentiaat, de vrijheidchirurgijn Petrus Alderkerk, Petrus de Beunje en diens zoon Petrus Johannes de Beunje, beiden ook chirurgijns. Ze constateren een wond in de buik boven de navel penetrerende tot in de holligheijt van den buijk in de lever en tot in de caviteijt  van den buijk met geëxtravaseerd bloed vervult en welcke wone zij verklaarde derhalven doodelijk te zijn. Jan Croon is op 14 juli 1736 begraven. Diezelfe dag leggen Anna Oomen, weduwe van Cornelis Goedesoon, Maria Jacobse Brandijsers, weduwe van Servaes Cornelis Huijgens en Catharina Servaes Huijgens, circa 23 jaar oud. Zij verklaren dat op maandag 9 juli 1736 ’s avonds omstreeks half elf  achter in de keuken van het huis van Anna Ooms is gekomen de knoopmakersknecht Adriaan Croon. Anna heeft tegen hem gezegd hoe derfft gij nogh inkoomen daar gij weet wat quaat gij gedaan hebt en hem veder vroeg of haar zoon daar ook schuld aan had (te weten aan het kwetsen of steken van Jan Croon. Waarop Adriaan Croon  zei dat is evenveel, jou soon heeft er geen schult aan, ik heb het gedaan en zo ik het niet gedaan hadde, ik zoude het nogh doen. Na Adriaan voor een stuiver toebak en een snee brood gegeven te hebben s hij weggegaan.

Roosendaal, R404 ongefolieerd {SDC13421-13422}.
Roosendaal, R404 ongefolieerd {SDC13422-13423}.
Noot: voorafgaande aan de visitatie van 14 juli 1736 zijn er nog een aantalandere akten opgemaakt. Deze moet ik nog uitwerken.


Bij ene Johanna wordt een natuurlijke dood vastgesteld

Op 6 februari 1737 wordt in het huisje toebehorende aan de Armen van de Molenstraat en staande over de Hoge Brug wordt het dode lichaam van een zekere Johanna gevisiteerd. Er worden geen kwetsuren vastgesteld. Gevisiteerd door: medicine licentiaat Marijnus Cuijpers en de mr chrirurgijn Petrus de Beunje.

WBA; Roosendaal en Nispen, R405


Marijnis Willemse Schijf verdronken  bij Keijenburgh

Op 2 april 1737, even buiten de vrijheid op de weg naar Stevensbrug bij Keijenburgh en liggend tegen de slootkant werd het dode lichaam gevonden van Marijnis Willemse Schijf die op de Kortendijk woonde. Het lichaam vertoonde geen kwetsuren als doodsoorzaak wordt verdrinking geconstateerd. Marijnus wordt begraven op 5 april 1737 (SJ6); rekening voor begraven eveneens betaald op 5 april (ABA 677). Gevisiteerd door: medicine licentiaat Marijnus Cuijpers en de chrirurgijn Petrus Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nsipen R405


Bij Jan de Metselaer wordt een natuurlijke dood vastgesteld

Op 22 februari 1738 werd het dode lichaam van een zeker persoon, in de wandeling genaamd Jan de Metselaer gevonden in de schuur van Francis van Osta, landman op Vinkenbroek. Er worden geen kwetsuren vastgesteld. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Petrus Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nispen R405


Huibregt Drinckvelt pleegt suïcide

Op 18 mei 1738, op verzoek van de schout gaan de schepenen Harel en Jutta naar het woonhuis van de mr leertouwer Huijbregt Drinckvelt in de Molenstraat. Zij treffen het lijk van Huijbregt Dinckvelt aan hangende aan een leren riem die vastgemaakt was aan een dwarsbalk en voor zijn knieen lag een vat. Nadat de riem is losgesneden wordt het lichaam gevisiteerd waarbij bevonden wordt dat het lichaam door de strop is gestikt. Verder vertoont het lichaam geen kwetsuren. De circa 20 jarige dienstmeid van Huijbregt Drinckvelt genaamd Cornelia Moerincx verklaart onder ede het volgende: Ze is om ongeveer 6 uur opgestaan en Huijbregt Drinckvelt heeft toen aan haar gevraagd hoe laat het was, waarop ze antwoordde 6 uur, vervolgens is zij naar de kerk gegaan en bij thuiskomst is ze naar de zolder gegaan om hout te halen voor het vuur. Toen ze boven kwam zag ze Huijbregt Drinckvelt aan een balk hangen. Daarnaast verklaren sr. Willem van de Riet en zijn echtgenote Johanna Zegers dat enige dagen geleden zowel ’s morgens vroeg als ’s avonds laat Huijbregt Drinckvelt diverse malen naar hun huis is gekomen en vele discourssen als een krankzinnig mens heeft ge-uit. Hij zei dat als hij wilde vluchten, hij overal bekend zou zijn en dat al de veren bezet waren, zodat hij gevengen kon worden. Verder dat de schippers hem niet zouden meenemen en dat niemand hem te logeren wilde nemen. En hij was ook van mening dat een recent plakaat gericht tegen schooiers, vagebonden en landlopers in feite tegen hem was gericht om hem te vangen. De letterlijke woorden hebben zij niet onthouden maar wel geconcludeerd hij murmureerde als een krankzinninge. In de vergadering van de magistraat doet de schout verslag van het gebeurde en na enige beraadslagingen wordt besloten een lijkkist te laten maken op kosten van de gemeente en toe te staan dat het lijk in stilte laat op de avond begraven mag worden. De kerkenraad ten behoeve van de armendiakonie, die Huijbregt Drinckvelt enige tijd financieel gesteund heeft, vraagt op 21 mei 1738 aan de magistraat een lijst van de inboedel van zijn huis te mogen maken. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Petrus Alderkerke en chirurgijn Petrus de Beunje.

WBA; Roosendaal en Nispen R405
WBA; Roosendaal en Nsipen ABA 20.(Resoluties dd 18 mei 1738  en 21 mei 1738).


Huibregt Timmermans overlijdt ten gevolge van syncope

Op 18 november 1738 wordt het dode lichaam van de in Breda woonachtige Huibregt Timmermans gevonden op de Vaartkant over de Hoge Brug, tussen de brug, ‘s Herenstraat en het stedeke van juffrouw Maria Anna Willems. Er wordt geconstateerd dat hij door syncope of qualijkte is bevangen. Huijbregt Timmermans werd begraven op 20 november 1738; rekening voor begraven diezelfde dag. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Petrus Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nispen R405


Willem Johan van de Riet, 2½ jaar oud, in de wieg overleden

Op 15 augustus 1739 wordt ten huize van zijn moeder in de Molenstraat het dood lichaampje gevisiteerd van Willem Johan van de Riet, tussen de 2 en 3 jaar oud en liggende in een wieg overdekt met wit linden. Er worden geen uitwendige kwetsuren geconstateerd. Willem Johan van de Riet werd begraven bij zijn vader in het hoogkoor van de kerk. Rekening voor begraven werd betaald op 17 augustus 1739. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Petrus Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nispen  R406


Onbekend persoon verdronken in het Snolleven

Op 10 juli 1740 wordt het dode lichaam van een onbekende persoon gevonden in het water van het Snolleven. Het lijk werd naar de stede Visdonk gebracht en aldaar gevisiteerd; er werden geen kwetsuren geconstateerd maar wel dat er wat schuimachtig water uit de mond liep, waarop de de verdrinkingsdood is vastgesteld. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Petrus Alderkerk.

WBA; Roosendaal en Nispen, R406


Onbekende man dood gevonden op een perceel zaailand

Op 19 februari 1741 werd het lichaam van een onbekende man gevonden op een perceel zaailand genaamd de Handt, dat perceel was gehuurd door Dielis van den Ende. Het lijk lag op zijn rug, was gekleed en had geen kwetsuren. Gevisiteerd door: chirurgijn Petrus Johannes de Beunje. 

WBA; Roosendaal en Nispen, R407, ongefolieerd {SDC13463}.


Cornelis Schooremans, 19 maanden oud, in de wieg overleden

Op 16 juni 1743 werd het 19 maanden oude jongetje Cornelis Schooremans, zoontje van Cornelis Schooremans gevisiteerd. Het kind lag ontkleed in de wieg ten huize van Cornelis Schooremans op de Leege Brugge. Het kindje had geen kwetsuren. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Valentijn Frederik Wolffram.

WBA; Roosendaal en Nispen, R407 {SDC13465-13466}.


Pieter Leenderts van Aert overleden ten gevolge van een val

Op 1 juli 1743 werd op het perceel de Agterste Rogge de landman Pieter Leenderts van Aert, wonende op Langdonk, gevonden. Er werd een ligte concusie {contusie?}over de regter koone, streckende van de musculis temporalis tot op den hals geconstateerd met een luquasie van de vertebrae van den hals. Er werd geconstateerd dat de val de dood veroorzaakt had. Hij werd begraven op 4 juli 1743. Gevisiteerd door: {de heer medicinae} in licentiaat Marijnis Cuijpers en de vrijheidchirurgijn Valentijn Frederik Wolffram. 

WBA; Roosendaal en Nsipen, R407, ongefolieerd {SDC13467}


Hendrik de Blaeij, 14 jaar oud, dood gevonden aan de Kade

Op 13 juli 1744 werd de 14-jarige Hendrik de Blaeij dood gevonden aan de Kade achter het huis van Christiaen Schijven. Hendrik de Blaeij was een zoon van Pieter de Blaeij en Catharina Faessen, die over de Leege Brugge woonde. Gevisiteerd door: chirurgijn Petrus Johannes de Beunje

WBA; Roosendaal en Nispen, R407 ongefolieerd {Img216}.


Reijnier Janssen Reijnen dood gevonden 

Op 17 oktober 1746 werd bij den draaiboom op het einde van het weiland genaamd de Kroeg waarvan de eigenaar was sr. Cornelis van Opdorp het dode lichaam gevonden van Reijnier Janssen Reijnen. Het lijk lag dicht bij de weide van sr. Francis van Pelt en was voorover gevallen en lag op zijn buik en was volgens de vrijheidschirurgijn versmoort off gesuffocieert. Hij werd begraven op 20 oktober 1746. Een dag daarvoor werd de rekening voor begraven op het kerkhof betaald (ABA 685). Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Balthasar Antonius Flebbe

WBA; Roosendaal en Nispen, R407, ongefolieerd {Img272}..


Onbekende man dood gevonden in een zijstraatje van de Hoogstraat

Op 25 augustus 1748 wordt in een zijstraatje van de Hoogstraat dat in de richting van Roosendaal naar Zegge loopt het dood lichaam gevonden van een onbekende man. Het lichaam werd gevonden aan de kant van de Wenkhooren. De dode vertoont geen kwetsuren. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Balthasar Antonius Flebbe.

WBA; Roosendaal en Nispen, R408


Abraham Daelmans, een mosselman, dood gevonden bij de scheepshaven

Op 26 december 1748 wordt Abraham Daelmans, een schipper die van tijd tot tijd mosselen naar Roosendaal bracht, gevonden in een schuitje in de Kaije of scheepshave. Hij vertoont geen kwetsuren. Gevisteerd door: chirurgijn Andries Melord.

WBA; Roosendaal en Nispen,  R408


Het weeskind Johannes Christffel van Ghert, 6 jaar oud, is verdronken

Op 8 januari 1749 ten huize van de weduwe van Adriaan van Ghert op de Markt vindt een lijkschouwing plaats van het dode lichaampje van de verdronken wees Johannes Christoffel van Ghert die circa 6 jaar oud is en waarvan de vader was Isaack van Ghert. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Balthasar Antonius Flebbe. 

WBA; Roosendaal en Nispen, R408


Een knecht, genaamd Christiaan, wordt dood aangetroffen bij de Brandebrug

Op 27 maart 1749 werd het doodgevallen en verongelukte lichaam van ene Christiaan,  knecht van Dirk Verdooren gevisiteerd, zijn dode lichaam werd gekleed aangetroffen en lag op zijn rug in een straatje niet ver van de zogenaamde Ulders off Brandebrugge. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Balthasar Antonius Flebbe.

WBA; Roosendaal en Nispen, R408


Een zwitsers soldaat met de achternaam Wolff is van het dak van de kerk gevallen

Op 9 augustus 1749 vindt een lijkschouwing plaats van een soldaat van het regiment (ook wel bataillon genoemd) Zwitsers van Hirzel. Deze soldaat waarvan alleen de achternaam Wolff bekend is, was van (het dak van) de kerk gevallen. Hij lag dood besijde het choor van de kerke. De Zwitsers van Hirzel lagen in garnizoen te Bergen op Zoom en zullen de kerk en toren van de St. Jan als uitkijkpost gebruikt hebben. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Balthasar Antonius Flebbe.

WBA; Roosendaal en Nispen, R408


Catharina Oerlemans, 6 jaar oud, is verdronken in de sloot bij de Achterstraat

Op 24 januari 1750 is de 6-jarige Catharina Oerlemans, dochter van Cornelis Oerlemans verdronken. Haar lichaampje werd gevonden op de kant van de sloot of  bandwateringe achter het huis aan de westzijde van de Achterstraat en vertoonde geen kwetsuren. Gevisiteerd door: chirurgijn Petrus Johannes de Beunje.

WBA; Roosendaal en Nispen, R408


De dienstmaagd Catharina Cornelisse Verdonck wordt dood aangetroffen

Op 27 juli 1750 werd het geklede lichaam van Catharina Cornelisse Verdonck, dienstmaagd bij Govert Potters (gemeenteman en brouwer op Vroenhout onder de jurisdictie van Roosendaal) gevonden op het land van Potters. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Balthasar Antonius Flebbe.

WBA; Roosendaal en Nispen, R408


Cornelia van der Westen, 3 jaar oud, wordt dood aangetroffen

Op 1 juli 1753 werd ten woonhuize van Marijnis van der Westen, landman op Langdonk, het dode lichaampje van zijn circa 3 jaar oude dochtertje Cornelia van der Westen gevisiteerd. De rekenning voor het begraven van Cornelia werd betaald op 2 juli 1753. Gevisiteerd door: de medicinae doctor de heer de Ram en de vrijheidschirurgijn Adriaen Willem Bogaert.

WBA; Roosendaal en Nispen, R409, ongefolieerd.


Kind van Marijn den Bout verdronken

Op 14 juli 1754 werd te Langdonk het verdronken kind van Marijn den Bout gevonden op de dries dicht bij de put achter het huis dat bewoond wordt door Jan Nasen. Er werden geen kwetsuren geconstateerd. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Willem Adriaen Bogardt. 

WBA; Roosendaal en Nispen, R409, ongefolieerd {SDC13433}.


Marijnis Greefs, 2 jaar en 6 maande oud, verdronken

Op 24 april 1758 werd het lichaampje van het zoontje van Cornelis Greefs, landman te Nispen gevisiteerd. Het jongetje, met de naam Marijnus, was 2 jaar en 6 maanden oud en daags tevoren verdronken. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Willem Adriaen Bogardt. 

WBA; Roosendaal en Nsipen, R409, ongefolieerd {SDC143441}.


Jan Maas verdronken in de rivier

Sinds zondag, oudejaarsdag 31 december 1758 werd de mr wagenmaker Jan Maas vermist. Op 11 februari 1759 werd aan de Kade zijn lijk uit het water van de  rivier gehaald en gevisiteerd in het huis waar de overledene gewoond heeft. De rekening voor zijn begrafenis werd betaald op 13 februari 1759 (ABA 688). Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Willem Adriaen Bogardt. 

WBA; Roosendaal en Nispen, R409, ongefolieerd {SDC13444}.


Adriaen Loevesteijn, 16 maande oud, verdronken te Hulsdonk

Tussen 9 en 16 mei 1759 (de akte is niet gedateerd) werd te Hulsdonk het 16 maanden oude jongetje Adriaan Loevestijns, zoon van Bart Loevestijns gevonden, liggende in het water wat ongeveer een halve voet diep was. Er werden geen kwetsuren geconstateerd. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Willem Adriaen Bogardt.

WBA; Roosendaal en Nispen, R409, ongefolieerd {SDC13345}.


Simon van Staeij dodelijk gekwetst

Op 16 februari 1761 wordt het dode lichaam van Simon van Staeij gevonden op de heerweg. Zijn lijk werd vervoerd naar het huis van Adriaan van Agtmaal op de Kade. Het volgende werd geconstateerd door de vrijheischirurgijn: het tweede lit van den hals hadde verset van sijn plaats alsmeede dat aan den slaap van het aangezigt de linkerzeijde doodelijk was gequetst.  De rekening voor zijn begrafenis werd betaald op 17 februari 1761. Gevisiteerd door: chirurgijn Johannes Adrianus Simons.

‘WBA; Roosendaal en Nispen, R409, ongefolieerd {SDC13450}.


Bij Martinus Venroij wordt een natuurlijke dood vastgesteld

Op 26 maart 1762 werd Martinus Venroij dood gevonden in zijn schuit op de Kaije. Er worden geen kwetsuren geconstateerd. De rekening voor begraven werd betaald 29 maart 1762. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Johannes Adrianus Simons.

WBA; Roosendaal en Nispen, R410, ongefolieerd {SDC13348}.


Bij de knecht Nicolaas de Bruijn wordt een natuurlijke dood vastgesteld

Tussen 17 mei 1762 en 1 juni 1762 (de akte is niet gedateerd), werd Nicolaas de Bruijn, die als knecht woonde bij Hendrik Hootmans gevonden in de schuit van Hootmans omtrent de Kaije. Er worden geen kwetsuren geconstateerd. Gevisiteerd door: chirurgijn Petrus Johannes de Beunje bij absentie van de vrijheidschirurgijn Johannes Adrianus Simons.

WBA; Roosendaal en Nispen, R410, ongefolieerd {SDC1349}.


Het vermiste kind, 9 jaar oud, van Jan van Nassau wordt dood gevonden

Het 9 jaar oude kind van Jan van Nassau, dat simpel was, was reeds 5 weken vermist en wordt op 6 juni 1762 gevonden op een weide op Hulsdonk. De naam van het kind wordt in de akte niet genoemd. Het lichaam was reeds in verre staat van ontbinding en onschouwbaar. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Johannes Adrianus Simons. 

WBA; Roosendaal en Nispen, R410, ongefolieerd {SDC13350}.


Ongelukkig ongeval van Cornelis Tholenaars

Op 17 maart 1764 valt de circa 80 jaar oude Cornelis Tholenaars, bij het stappen over een hoge heg, in zijn eigen mes dat bloot in sijn regter zak staak. Hij was gekwetst aan zijn bil met de dood tot gevolg. Hij lag op een blok land aan de Borteldonksestraat net buiten de vrijheid dat behoorde aan de weduwe Buijsen. De wagenmaker Cornelis Biersteekers heeft het zien gebeuren. Cornelis Tholenaers werd begraven op 20 maart 1764. Gevisiteerd door: vrijheidschirurgijn Johannes Adrianus Simons.

WBA; Roosendaal en Nispen, R410, ongefolieerd {SDC13356}.


De epileptische Maria van Osta, 43 jaar oud, is in een mestput in de Langdonksestraat gevallen en verdronken

De 43-jarige Maria van Osta die aan de vallende ziekte leed is op 27 maart 1764 op de stede van de erfgenamen van sr. Adriaan de Ram in de Langdonksestraat in de mistput gevallen en verdronken. Catharina Booms, weduwe van Adriaan van Halteren, die op die stede woonde en bij wie Maria van Osta in de kost was, verklaarde dat Maria van Osta sinds vele jaren aan die ziekte leed en daardoor al meerdere ongelukken heeft meegemaakt. Maria van Osta werd begraven op 29 maart 1764, de rekening voor het begraven werd de dag daarvoor betaald. Gevisiteerd door: Petrus Johannes de Beunje bij absentie van de vrijheidchirurgijn Johannes Adrianus Simons.

WBA; Roosendaal en Nispen,  R410, ongefolieerd {SDC13357}.


Molenaar Adriaan Schrauwen verdronken in de Engebeek

Op 2 april 1765 wordt het dode lichaam van de mulder Adriaan Schrauwen, 50 jaar wonende in Kruisland gevisiteerd. Het lichaam ligt in de made en is opgevist uit de Engebeek. De vrijheidschirurgijn vindt geen uitwendige kwetsuren en constateert de verdrinkingsdood.  Zijn zwager geheten van Beek, verklaart dat zij op zaterdag morgen omstreeks 5 uur uit Kruisland vertrokken zijn om in Roosendaal hun affaires te doen en ter kerke te gaan. Adriaan Schrauwen is begraven in de oude kerk van Roosendaal op 2 april 1765.

WBA; Roosendaal en Nispen, 410, ongefolieerd {SDC13366}.


Johanna Hermans verdronken in de sloot achter de huizen van de Molenstraat

Op 24 april 1766 begeven schepenen zich naar een nit nader genoemd huis alwaar zij op aanwijzing van vrienden van Johana Hermans die met permissie van schepen van Pels naar dat huis was gebracht het dood lichaam van Johanna Hermans aantreffen. Volgens getuigenis is zij achter de huizen van de Molenstraat in de sloot verdonken. Van Johanna wordt gezegd dat zij altijd krankzinnig geweest is en aan de vallende ziekte leed en daardoo in het water geraakt is. De vrijheidschirurgijn onstateert dat zij door het water versmoord is. Zij is begraven op 26 april 1766 maar wordt in het begraafregister abusievelijk ingeschreven als Johan Heeremans.

WBA; Roosendaal en Nispen 410, ongefolieerd {SDC13384}.  


Johanna Raats, 3 jaar oud, verdronken in een sloot op Hulsdonk

Op 4 juni 1767 begeven schepenen zich naar Hulsdonk naar het huis van Catharina Jansse Luijsterburg, weduwe van Cornelis Raats. Daar aangekomen vinden zij op aanwijzen van de zoon van de weduwe in de sloot achter het huis het dode lichaampje van Johanna Raats, circa 3 jaar oud en dochter van Catharina Jansse Luijsterburg en Cornelis Corstiaense Raets. De vrijheidschirurgijn constateert dat het kind in het water is versmoord.

WBA; Roosendaal en Nispen, R410, ongefolieerd {SDC13394 ook SDC13451}.


Stoffel Elsten, 3 jaar oud, verdronken in een sloot op Borteldonk

Op 9 november 1768 begeven schepenen zich naar Borteldonk alwaar zij op aanwijzing van Dingena Cools, weduwe van Anthonij Elsten, bij het huis van Cornelis Helmont bij een sloot aan de heg het dode lichaampje antreffen van haar zoontje, 3 jaar oud en genaamd Stoffel Elsten. De vrijheidschirurgijn constateert dat het kind in het water is versmoord. Stoffel is te Nispen-Essen begraven op 11 november 1768.

WBA; Roosendaal en Nispen, 410, ongefolieerd {SDC13397 ook SDC13454}.


De epileptische Pieter Quintinus verdronken bij de dwarskade

Op 23 februari 1772 begeven schepenen J. van Wijnoxbergen en J.F. Schadden, alsmede de secretaris J. Fercken, zich  naar het woonhuis van Laurens Kriesels aan de Kade waar zij op aanwijzen van Marijnus Quintinus en de echgenote van Laurens Kriesels op een bed in de kamer het dode lichaam lag van Pieter Quintinus die volgens getuigenis van de huisvrouw van Laurens Kriesels in de voormiddag om omstreeks  half elf  door Jacobus de Ruijter en de knecht van Johannes de Roij nog levend uit de Dwarskade is gehaald en in het genoemde huis is hij door doctor Marijnus van Weel en de chirurgijn Gerardus van Campenhout nog behandeld, echter in de namiddag omstreeks 2 uur is hij toch overleden. Marijnus Quintinus en Hendrik Helmonts verklaren dat Pieter Quintinus, vermoedelijk verstijfd door de vallende ziekte, in de Dwarskade is gevallen. Na onderzoek constateert de vrijheidchirurgijn dat het dode lichaam door het water gesmoort is. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Adrianus Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd {Img35}.


Onbekende landloper door de vorster gedood

Op 12 maart 1772 begeven schepenen H. de Ruijter en J.F. Schadden, alsmede de secretaris J. fercken azich naar het kwartier Borteldonk onder Nispen alwaar zij op ’s herenstraat bij het huis van Marijnus Raats een dode onbekende man aantroffen die reeds koud was. Deze man is naar de schuur van Raats gebracht waar hij ontkleed is en sectie is verricht door de vrijheidschirurgijn met assisitentie van de chirurgijn Carel Kruger in bijzijn van de medisch doctor Godefridus Knipscheer. Het hemd voor op de borst en de ribben waren zeer bebloed. Ook werd een wond gezien door en tussen de ribben tot diep in het hart gepenetreerd. De onbekende man een landloper of bedelaar is om het leven gebracht door de gerechtsdienaar Johan Uhlrich.
Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Adrianus Bosschart
WBA; Roosendaal, R411, ongefolieerd {Img36}.

In de vergadering van 16 maart wordt door drossaard en schpenen besloten Johan Uhlrich in provisionele gijseling te nemen. Hij wordt diezelfde dag nog ondervraagd. Ulrich verklaart dat toen hij op de terugweg was van Roosendaal, waar hij een paard naar de drossaard had gebracht, naar Nispen tussen 11 en 12 uur een landloper/bedelaar tegenkwam. Hij vroeg hem naar zijn pas maar die had hij niet waarop hij de landloper mee wilde nemen naar Roosendaal.De landloper heeft vervolgens Uhlrich met een lange dikke stok tegen het hoofd geslagen  waar hij duizelig van werd. Er ontstaat een worsteling, waarbij Uhlrich aan de haren wordt getrokken en klappen op zijn armen en benen heeft gekregen. Toen de vrouw van de landloper kwam toeschieten en hij van voor en acher bij zijn haren werd gepakt dacht hij dat zijn laatste uur geslagen had. Hij heeft toen de landloper een stoot met zijn geweer gegeven, waarna de landloper blijkbaar overleden is. Uhlrich heeft zich vervoegd bij schepenen Gils en van Riet die hem  gelastten zich naar Roosendaal te begeven. Dat heeft hij gedaan en zich wegens absentie van de drossaard gemeld bij schepen Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd {Img36-37}..

Op 17 maart 1772 legt Maria Kuijls, jonge dochter, als dienstmaagd in dienst bij Anthonij Loos gemeenteman op het kwartier van Borteldonk een verklaring af: op donderdag 12 maart ’s morgens tussen 11 en 12 uur toen zij met twee knechten de mest de koeienstal uitdeed hoorde zij een geroep op straat uit de richting van het huis van Marijn Raats. Daarop is zij naar de straat voor haar huis gelopen en van verre zag ze de bedelaar met een vrouwmensch en de vorster van Nispen. Ze heeft gezien dat de bedelaar met een stok tegens de diender bezig was maar ze heeft niet kunnen zien of de diender de stok ook vast had of niet want de bedelaar stond met zijn rug naar haar toe. Ze heeft verder niets gezien omdat de bedelaar en de diender al worstelende achterover is gevallen en achter de heg geraakt. Daarna heeft ze de diender van Nispen voor haar huis naar Nispen  zien gaan. Hij was sterk bebloed aan zijn hoofd, liep gebogen en schudde telkens het bloed van zijn hoofd. Ook op 17 maart legt Adriana Seps, jonge dochter wonende als dienstmaagd bij Cornelis Meesters, landman op het kwartier van Borteldonk onder Nispen die verklaart dat op donderdag morgen 12 maart 1772 tussen 11 en 12 uur toen zij bezig was groen te plukken op het land tegen de weg bij het huis van Marijn Raats zij geroep hoorde en van veraf heeft gezien dat de diender  van Nispen aan het vechten was met een bedelaar; van veraf leek het alsof zij elkaar vasthielden en een van hen (of beiden) op de grond viel maar zij heeft door de hoogte van de heg niet goed kunnen zien. Toen zij naar his ging heeft zij de bedelaar onder de heg zien liggen en dat de diender  sterk aan zijn hoofd bloedde, voorover liep richting Nispen en telkens het bloed van zijn hoofd schudde. Verder zag zij een bedelaarster staan bij het huis van Marijn Raats en daarn nog twee bedelaars (mannen) die bij haar huis zijn gekomen en seer assurant vroegen om een stuk en dat de vrouw (des huizes) hen een duit aanbood maar dat ze die aanvankelijk niet wilde aannemen. Maar toen de vrouw zei dat het brood in de oven was namen zij de duiten wel aan en gingen mopperend en vloekend weg, de deur dicht trekkende met een hevige quaadaardigheid.
WBA; Roosendaal en Nsipen, R411, ongefolieerd {Img38}.

Op 18 maart 1772 leggen de echtelieden Marijn Backx en Janneken Meesters wonende op Borteldonk onder Nispen een verklaring af. Zij verklaren dat op donderdag ’s morgens tussen 11 en 12 uur toen zij beiden in huis waren, zij op straat enig geschreeuw hoorden waarop Janneken aan de deur is gaan kijken. Zij heeft toen gezien dat de diender van Nispen met zijn blote hoofd gezien, bloeijende seer sterk aan de kop en hebende een haervanger die ook beloeijd was in de hand. En dat de diender zijn hoed die in het spoor lag opraapte en vervolgens bukkende met sijn hoofd waarlangs het bloed afliep  de weg naar Nispen is opgegaan. Nadat zij verder de straat op gegaan is heeft zij gezien dat de bedelaar kort onder de heg op de grond lag en bij hem zat de bedelaarster op haar knieën zat en tegen haar riep: mijn man sterft. Daarop is Janneken weer naar huis gegaan zonder verer iets meer gezien of gehoord te hebben. Op het plaats delict heeft zij nog een handvol haren opgeraapt die de drossaard heeft laten ophalen.

WBA; Roosendaal en Nispen 411, ongefolieerd {Img38}.

Op 18 maart 1772 verklaren schepenen A. Klerq en J.F. Schadden en de secretaris J. Fercken dat hen door de drosaard G.W. Motman een handvol haren, die door de vrouw van Marijn Raats op het plaats delict zijn opgeraapt, getoond zijn. Schepenen en secretaris verklaren dat die haren dezelfde zijn als die op het hoofd van de diender.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd {Img39}.

Op 11 april 1772 leggen Helena Kivits, huisvrouw van Rudolph Heller gerechtsvoorster en Geertuij Bakker wonende als dienstmaagd bij Heller een verklaring af. Zij verklaren dat  op 14 maart 1722 ’s morgens om 9 uur bij hun huis twee bedelaarsters zijn gekomen waarvan de ene zei de vrouw te zijn van de man die door de diender van Nispen was doodgestoken en de andere vrouw is un dochter. Terwijl de vrouw mt de man van Helena Kivits stond te praten heeft Helena in het bijzijn van Geertruij Bakker en schepen H. de Ruijter aan het jonge vrouwspersoon gevraagd hoe het voorval van haar vader met de diender van Nispen is verlopen. Het dochtertje van de bedelaresse antwoordde dat de diender haar vader om een pas vroeg maar die zei dat die pas hem ontstolen was. Daarop heeft de diender hem om zijn stok gevraagd maar die wilde hij niet afgeven. Toen Helena haar vroeg wat voor stok dat dan wel was. Antwoordde zei tot tweemaal toe een stok zo dik als mijn arm.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd {Img48}.

Op 13 april 1772 leggen Pierre Chapuij en Jacobus Meijers dienaars der justitie een verklaring af. Zij verklaren dat op 15, 16, 17 en 18 maart een bedelaarster, van wie de man door de diender van Nispen was doodgestoken, met haar dochter hebben achtervolgd. Maar ondanks alle inspanningen heben zij die niet kunnen achterhalen. Bij hun onderzoek werd hun door verscheidene mensen gezegd dat de moeder onder de naam Dikke Mie bekend is. En van verscheidene mensen aan de kant van Zundert hebben zij vernomen dat ze daar regelmatig kwamen bedelen en dat ze altijd bevreesd waren voor de dienders van Zundert en dat ze daarom niet in het dorp durfde te komen.
WBA; Roosendaal 411, ongefolieerd {Img48}.

WBA; Roosendaal en Nispen 411, ongefolieerd {Img37}.


Anna Maria de Jong, 6½ jaar oud, verdronken in de waterloop achter het huis

Op een dag in augustus 1772 (de juiste dag is in de akte niet vermeld) begeven schepenen J. van Wijnoxbergen en H. de Ruijter, alsmede de secretaris J. Fercken zich ’s avonds om 8 uur naar het huis van Adriaan de Looij aan de noordzijde van de Markt op het eind van de Kade alwaar ze op aanwijzing van Adriaan van Looij in de binnenkeuken voor het vuur het dode lichaampje hebben aangetroffen van Anna Maria de Jong, tussen de 6 en 7 jaar oud en een kind van Anna Maria Gramme eerst weduwe van Cornelis de Jong en nu gehuwd met Adriaen de Looij. Volgens zegge van Adriaen van Looij is het kind omstreeks vier uur ’s middags in de (water)loop achter het huis gevallen en daar door van Looij onmiddellijk uitgehaald en dat alle pogingen om het kind het leven te redden niet zijn geslaagd. Echter de vrijheidchirurgijn constateert dat het selve kind, vermits een kneuzing in den rug hadde daardoor eerder te sijn gestorven dan in het water versmoort te sijn. Gevisiteerd door: Adrianus Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd {Img54}.


De zoon van Anthonij de Hoogh pleegt suïcide

Op 21 juli 1773 ‘s morgens om 5 uur begeven schepenen zich naar Deurlegt onder het kwartier Kalsdonk onder Roosendaal waar zij op een zoekwegje naast de Wipwijde zien liggen het dode lichaam van de zoon van Anthonij de Hoogh naar schatting circa 20 jaar oud en die even tevoren voor de aankomst van schepenen door de vrijheidschirurgijn is afgesneden aan een heghout waar hij aan hing. De vrijheidscrurgijn constateert dat de Hoogh door een gebrek aan ademhaling is gestorven. Gevisiteerd door: Adrianus Bosschart. 
WBA; Roosendaal en Nispen 411, ongefolieerd {SDC13143}.


Marijnus van den Enden verdronken op de Kortendijk

Op 20 oktober 1774 begeven schepenen A. Klercq en J.G. Vissers alsmede loco secretaris F. Bols, zich naar het huis van Adriaen Mangelaer op de Kortendijk alwaar ze aangetroffen hebben het dode lichaam van Marijnus van den Enden, zoon van Catharina van de Wokwert, vormaals weduwe van Jan van den Enden en nu getrouwd met Adriaen Mangelaers. De vrijheidschirurgijn constateert dat Marijnus in het water is gesmoort. Gevisteerd door: Adrianus Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd {Img109}.


Pieter Elsten overleden ten gevolge van een val

Op 29 november 1774 begeven schepenen S. Bosschart, A. Klercq en A.F. Nieuwenboers zich naar het huis van Cornelis Elsten, tavernier wonende  aan de Bogt ‘theijnde den Agterstraat alwaar ze in de bedstee aangetroffen hebben het dode lichaam van Pieter Elsten, in de 40 jaren oud, en zoon van Nicolaes Elsten. De vrijheidschirurgijn verklaart dat Pieter is overleden aan een verplaatsen of  quetsing van de hersenen. Volgens Andries van der Ouderaa en Anthonij Adden, wonende binnen Roosendaal en zwagers van Pieter is dat het gevolg van een val van de avond daarvoor tussen 5 en 6 uur en waaraan hij heden omstreeks 11 uur is overleden. Gevisiteerd door: Adrianus Bosschart in bijzijn van de med. licentiaat Franciscus Bols.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411 ongefolieerd {Img112}.


Willem Disco door een kogel om het leven gekomen bij het prijsschieten van het gilde

Op 23 december 1774 begeven schepenen S. Bosschart, A. Klercq en J.G. Vissers zich naar het huis van Jacobus de Bruijn, tavernier op Vroenhout alwaar ze hebben aangetroffen het dode lichaam van Willem Disco, inwoner van Kruisland en circa 50 jaar oud. De vrijheidschirurgijn in aanwezigheid van twee doctoren verklaart dat Willem Disco is overleden ten gevolge van een schoot met een kogel van vooren in tusschen  de vijfde en sesde ribbe van de rechter zijde en uitgegaen van agteren tusschen de eerste en tweede ribbe aen deselve zijde van onderen op gereekent. Gevisteerd door: Adrianus Bosschart in bijzijn van de med. licentiaten Bols en Knipscheer.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd {Img112}. 

Op 23 december 1774 leggen Jacobus de Groen, Christiaen Bierbooms, Laurijs Verbeek en Cornelis Vromans allen wonende onder Kruisland alsmede Johannes van den Bergh, Hubertus van Steen en Jan van Kinderen alen wonende onder Gastel een verklaring af. Zij verklaren dat op 23 december 1774 op Vroenhout onder Roosendaal bij het huis van de tavernier Jacobus de Bruijn met de kogel voor een prijs geschoten hebben op een doel dat daar was opgericht. Bij die verschieting hebben ze gezien dat Willem Disco omstreeks 10 uur bij het plantsoen is gestruikeld. Hij was geraakt door een kogel en zij hebben hem het huis van Jacobus de Bruijn binnen gedragen waarna hij na nog een uur geleefd te hebben is overleden. Verder verklaren zij gezamenlijk niet te weten door wie het schot gelost is. En door de ontstane verwarring weten zij ook niet waar het paier of boek waar de schoten op aangetekend zijn is gebleven. Verder verklaren zij dat nog aanwezig waren Jan Tiberius, wonende onder Kruisland en Philip Mangelaars wonende onder Gastel maar zij weten niet of Philip ook aanwezig was toen Willem Disco werd getroffen. Nadat de verklaring aan de comparanten was voorgelezen, zeiden allen bereid te zijn hierop de eed af te leggen, nadat de akte was voorgelezen hebben de comparanten, behalve Cornelis Vromans, geweigerd de eed af te leggen seggende haar gedagte daarover nader te moeten laten gaan. 

WBA; Roosendaal 411, ongefolieerd {Img113}.

Op 24 december 1774 legt Jan Verbraak, wonende onder Heerle onder Wouw een verklaring af. Hij verklaart dat hij op 23 december 1774 ’s morgens om 10 à 11 uur is geweest op de doelen die bij het huis en herberg van Jacobus de Bruijn wonende onder Vroenhout onder Roosendaal waren opgericht om te schieten met de snaphaan, of  busse met kogels, voor een prijs. Er waren meerdere personen aanwezig waaronder Philip Mangelaars, wonende te Gastel die ook voor de prijs heeft geschoten. Jan heeft ook gezien dat Willem Disco, wonende te Kruisland, die als aanwijser op de schijff was, naast de schijf is gevallen. Jan is met de andere schutters naar hem toegegaan en geconstateerd dat Willem door desselfs lijff was geschooten waaraan hij hem in het huis van Jacobus de Bruijn heeft zien overlijden. Jan heeft horen zeggen, maar weet niet door wie, dat Philip Mangelaars het schot heeft gelost.
Ook Jan Tiberius legt in diezelfde akte een verklaring af en zegt dat hij ook ter zelfde tijd ter plaatse was en Willem Disco ook heeft zien vallen, maar toen is weggegaan. Daarna heeft hij pas van Jan Verbraak gehoord dat Philip Mangelaars het fatale schot gelost heeft.

WBA; Roosendaal en Nispen 411, ongefolieerd {Img114}. 


Cornelis Trouw doodgestoken

Op 11 december 1776 begeven schepenen zich naar het huis van Adriaen Trouw alwaar ze het dode lichaam visiteren van diens zoon Cornelis Trouw, die tussen de 35 en 36 jaar oud is en de avond daarvoor overleden is. Bij de sectie constateert men een steekwond aan de linkerzijde, doorgaande langst de onderste onwaare ribbe den borst omlaag in het bovenste linker gedeelte den holligheid van den buijk doorgaande tot in de holligheid van de maag. Gevisteerd door: Adrianus Bosschart in bijzijn van de medicinae licentiaten Franciscus Bols en Marinus van Weel.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd {SDC13154}


Anna Maria Nuijten, 22 maanden oud, verdronken in een sloot op Vroenhout

Op 10 juli 1777 begeven schepenen zich naar het huis van de echtelieden Pieter Nuijten en Helena de Rooij wonende onder Vroenhout voor de visitatie van het dode lichaampje van Anna Maria Nuijten die 22 maanden oud is. De vrouw van brouwer van Osta die naast Pieter Nuijten woont verklaart dat Anna Maria ’s morgens om 10 uur is achterover in de sloot bij ’s herenstraat bij het huis van Pieter Nuijten is gevallen. En dat op het geroep van het dochtertje de moeder uit het huis is komen lopen en haar kind onmiddellijk uit de sloot heeft gehaald en in huis heeft gebracht maar geen leven meer heeft bespeurd in het kindje. De chirurgijn Campenhout constateert dat het kind in het water is gesmoord.
Gevisiteerd door: chrirurgijn Campenhout vermits de afwezigheid van de vrijheidschirurgijn Adrianus Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen 411, ongefolieerd {SDC13155}.


Jan Wittebols overleden na aanrijding door een koets van de cavalerie

Op 9 augustus 1777 wordt het dode lichaam van Jan Wittebols, 85 jaar oud, burger en inwoner van Roosendaal in zijn woonhuis in de Molenstraat gevisiteerd. Lambregt Naessen, schoonzoon van de overledene en bij hem inwonende verklaart dat op gepasseerde donderdag avond (dat is 7 augustus 1777) omtrent 8 uur eenige luijden koomende uijt de Roomschen avondkerk tegens hem hadden gesegt Lambregt ga naer de visbank om u vader te haelen want deselve is overreden. Hij is teruggelopen en even voorbij de visbank tegens de huijsingen van mulder Mertens heeft hij zijn vader zien zitten ondersteund door enkele mensen. Met hulp van enige burgers heeft hij zijn schoonvader naar huis gebracht alwaar die om circa 7 uur ’s avonds is overleden. Op 11 augustus 1777 leggen Johan Baptist van Beckhoven, jongeman circa 25 jaar oud en Johannes Jacobs, circa 23 jaar oud, beide molenaarsknechten bij Gerardus Mertens een verklaring af. Zij verklaren dat op laatstleden donderdag (zijnde de 7e augustus 1777) ’s avonds om half acht zij samen gestaan hebben op het straatje, waaraan de achterdeur van het huis van Mertens uitkomt. Ineens kwam om de hoek de  chaise, bespannen met twee paarden, van de heer officier van de cavalerie liggende te Bergen op Zoom  inrijden. De getuigen hebben later gehoord dat de heer van Hoorn was. Er was nog een tweede  chaise waarin Petronella van Camen, de nicht van de heer van Hoorn. Maar te midden van het draaien van de chaises in de straat is het rijtuig van van Hoorn de persoon van Jan Wittebols, sijnde geweest een seer oud man, tegengekomen. De heer van Hoorn heeft tegen Wittebols zeer hard geroepen sig te mijden maar toen die dat niet deed is van Hoorn met zeer groot geweld  de paarden met den toom off lijnen tragten te houden, ja selfs nog ter zijdewaerts heeft bestuurt en getrokken soodanig dat zij deponenten gezien hebben dat Wittebols geraakt is door de borst van het rechter paard en daardoor op de grond is gevallen. De deponenten hebben daarna gehoord dat Wittebols 24 uur later is overleden. …{tekst controleren}

WBA, Roosendaal en Nispen, R 411, ongefolieerd ..


Francus Sloot pleegt suïcide

Op 6 mei 1778 begeven schepenen S. Bosschart, A.F. Nieuwenboers en J.G. Visser alsmede de secretaris J. Fercken zich naar het huis van Huijbregt de Laet waar zij op de vorenste solder of vliering Francus Sloot vonden hangen. Huijbregt de Swart verklaart dat Francus Sloot op de eerste zolder in de morgenstond bezig was gesoldert koorn om te salten. De vrijheidchirurgijn in aanwezigheid van de med. licentiaat Franciscus Bols verklaart dat de overleden is gestorven door gebrek aan ademhaling.
Gevisiteerd door: Adrianus Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd {Img193}.


Pieter van Osta pleegt suïcide

Op 30 mei 1779 begeven schepenen A. Klerq en P. Pelaton zich naar het huis van Aart Cornelisse van Osta wonende op Vinkenbroek onder Roosendaal alwaar ’s morgens om 12 uur de visitatie plaats vindt van Pieter van Osta, de zoon van Aart, die dood op de moos ligt. Aart van Osta verklaart dat Pieter de avond daarvoor van de stede was gegaan om het paard naar de wei te brengen. Toen Aart ’s morgens opstond zag hij dat zijn zoon aan de halster van het paard aan een tak hout in de heg achter de stede hing. De vrijheidschirurgijn verklaart dat de overledene alle tekenen van een verhangen mens vertoont. Gevisiteerd door: Adrianus Bosschart.

WBA; Roosendaal R411, ongefolieerd {Img216}. 


Jan Hartmans verdronken tijdens het baden bij de Kade

Op 31 mei 1780 begeven schepenen H. Aelmans en A. Klerq, alsmee de secretaris J.G. Visser zich naar het huis van Jan Hartmans wonende aan de Kade waar ze aangetroffen hebben het dode lichaam van diens zoon Jan Hartmans circa 26 jaar oud. Hij is die dag tussen 12 en 1 uur verdronken toen hij aan het baden was. De vrijheidschirurgijn constateert de verdrinkingsdood. Gevisiteerd door Adrianus Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd. {Img236}.


Wouter Hagenaars overlijdt aan de gevolgen van epilepsie

Op 23 mei 1782 begeven schepenen F. Bols en P. Pelaton, alsmede de secretaris J. fercken zich naar het kwartier Vinkenbroek onder Roosendaal alwaar zij op aanwijzing van Jan van Osta die als knecht woont bij de bouwman Aert van Osta op diens stede bij een slootje aan ’s herenweg dood op zijn rug liggende Wouter Hagenaars, arbeider en circa 40 jaar oud. Hij is ’s morgens door van Osta gevonden. De twee zusters van Wouter Hagenaars verklaren dat Wouter Hagenaars veeltijds was behept met flaauwtens, soodanig dat sij meermaalen hadden gemeent hij daaraan eens soude blijven of sterven. De vrijheichirurgijn constateert dat Hagenaars is gestorven door gebrek aan ademhaling. Gevisiteerd door: Adrianus Bosschart.

WBA; Roosendaal 411, ongefolieerd {Img281}. 


Jan Rommens verdronken in de Rucphense Vaart nabij Zegersdreef

Op 9 juni 1782 begeven schepenen zich naar de Rucphense Vaartkant omtrent halvweege Segers Dreve alwaar zij het dode lichaam hebben zien liggen van Jan Rommens die woonde op de hoeve Segers Dreve in het Laagveld onder Roosendaal en die uit de vaart gevist is. De vrijheidchirurgijn constateert de verdrinkingsdood. Gevisiteerd door: Adrianus Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd {SDC13172}.


Fransje Goorden, 3 jaar oud, verdronken in een mestput op Langdonk

Op 14 november 1782 begeven drossaard en schepenen naar het huis van Dielis Goorden wonende op Langdonk alwaar hen werd aangewezen het verdronken kind van Dielis dat genaamd was Fransje Goorden, 3 jaar oud. Het kind was in de mistput gevallen die vol water stond en daar uit gehaald. De vrjheidchirurgijn constateert dat kind is gesmoort. Gevisiteerd door: Adrianus Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R411, ongefolieerd {SDC13173}.


Francus Papens door een steek om het leven gebracht

Op 6 maart 1783 ‘s avonds tussen 8 en 9 uur begeven schepenen G. Vissers en C. Becude zich naar het huis en herberg den Oranje Boom op de Markt alwaar zij Francus Papens dood op een stoel aantreffen. De vrijeheidschirurgijn constateert drie verwondingen, namelijk een kneuzing aan het voorhoofd, een steek op de linkerschouder en een steek onder de linker borst. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurijn A. Bosschart

WBA; Roosendaal en Nispen, R412, ongefolieerd {Img8}.

Op 8 maart 1783 om  11 uur in de ochtend begeven schepenen G. Vissers en C. Becude alsmede de secretaris J. Fercken zich naar het huis en herberg den Oranje Boom alwaar in het bijzijn van de medicine doctor Franciscus Bols en de vrijheidschirurgijn A. Bosschart door de chirurgijn van Hilse het verband van de houwwonde op het voorhoofd van Anna Roels, weduwe van Franciscus Papens, wordt verwijderd. Anna oels verklaart dat ze die wond heeft opgelopen in haar huis en dat die wond is toegebracht door de diender Coenraad Ziehe.

WBA; Roosendaal en Nispen, R412, ongefolieerd {Img8}.

Op 10 maart 1783 ’s morgens om half tien vervoegen schepenen A. Klerq en P. Pelaton, alsmede de secretaris J. Fercken zich naar het huis en herberg den Oranje Boom waar zij de sergie rok die Francus Papens op 6 maart aan had. Men ziet drie gaten die waarschijnlijk zijn onstaan door een mes, houwer of sabel. Een gat op de linker schouder, een tweede gat van cira tweehandbreetens daaronder in de rug en tenslotte een derde gat in de linkerzijde. De eerste en laatste steek zijn door de opper en onder stof heen gegaan. De tweede steek maar even door de  voering. Op 6 maart is ook Anna Roels, de vrouw van Francus Papens gewond geraakt. Op 8 maart begeven schepenen alsmede de medicinae doctor Franciscus Bols, de vrijheidschirurgijn Adriaan Bosschart en de chirurgijn van Hilst zich naar de herberg den Oranjeboom waar het verband om het hoofd van Anna Roels wordt verwijderd. Ze verklaart dat  de houw in haar voorhoofd haar is toegebracht door Coenraad Ziehe den ouden op donderdag 6 maart 1783.

WBA; Roosendaal en Nispen, R412, ongefolieerd {Img9}.


Jan van der Sanden overleden ten gevolge van een ongeval met een geweer

Op 2 november 1786 om 6 uur ’s avonds begeven schepenen S. Bosschart en C.J. Fercken zich naar het huis en herberg van Jan Domen van de Watermolen. Aldaar legt de 26-jarige Cornelia Rosse, voordochter ( = stiefdochter) van Jan Domen van de Watermolen) een verklaring af over het dodelijk ongeluk van Jan van der Sanden dat hem overkwam in het huis en herberg aan ’t Houte Wambus. Op 2 november 1786 omstreeks 1 uur ’s middags waren Jan van der Sanden en Jan van Loon, zoon van de brouwer Dingeman Johannes van Loon, binnen gekomen, zij hadden beiden een snaphaan en een weitas bij zich. Zij hebben wat gegeten en gedronken en na circa een uur zijn zij opgestaan om weg te gaan. Toen van Loon genoegsaem op straat stond en van der Sanden hem wilde volgen keerde van der Sanden zich om en zei wat ben ik al een schoon jager, ik vergeet mijn wijtas. Hij zette zijn geweer tegen een stoel  om zijn weitas die twee stoelen verder aan een stoel hing te pakken en over zijn hoofd aan te trekken. Op dat moment ging het geweer af zonder dat iemand daarvan in de nabijheid was. Jan van der Sanden werd vol in het hoofd getroffen en viel onmiddellijk dood neer. Het moet een afschuwelijk gezicht zijn geweest want de chirurgijn constateert een quetsuure door het hoofd waardoor genoegsaem het geheele hooft uijtelkanderen was vermorselt en waaraan het slachtoffer onmiddellijk moet zijn overleden. Cornelia toont het ewuste geweer aan schepenen die constateren dat er geen vastigheid of veerkracht in ht slot zat maar zo wel in de rust als gespannen telkens afging. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Adriaan Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R412, ongefolieerd {Img82}. 


Een dood pasgeboren jongetje gevonden op het kerkhof

Op 8 juli 1789, ten overstaan van schepenen W. Brand en C.J. Fercken vindt er op het vrijheidshuis een visitatie plaats van een pas geboren jongetje, gestooken en omswagteld in stukken van gaaren kousen. Het jongetje is door een hond van de gerechtsdienaren op het kerkhof  “heden” avond opgegraven. Omdat het kindje al enigszins aan het vergaan was heeft de chirurgijn geen accurate doodwond aan het kind kunnen ontdekken behalve dan dat het hoofd was gedrukt, waarover de vrijheidsvroedvrouw verklaart dat dat door de geboorte veroorzaakt kan zijn. Verder constateert men dat het kind haastig in de stukken kousen geborgen is zonder dat het was afgewassen of gereinigd.

WBA; Roosendaal en Nispen, R412, ongefolieerd {Img144}.  


De epileptische Adriaan van Aart verdronken in de sloot

Op 23 december 1790 begeven schepenen W. Brand en C.J. Fercken zich naar het woonhuis van Anna Konings, weduwe van Marijn van Aart op Hulsdonk. De 29-jarige Adriaan van Aart, woonde leed aan de vallende ziekte en werd in de ochtend door zijn moeder ’s morgens om half zeven gevonden voorover liggende in de grip vol met water bij de werf van Steven van Heijst. Als doodsoorzaak wordt verdrinking geconstateerd. Rekening voor begraven op het kerkhof werd diezelfde dag reeds betaald. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Jan Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R412, ongefolieerd {Img180}.


Eva Schram verdronken in de sloot bij de hoeve Heijbeek

Op 8 januari 1791 begeven schepenen G. van Riet en S. Bosschart zich naar het huis van de bouwman Adriaan Oerlemans bij de hoeve Hijbeek onder Nispen. Aldaar wordt op de gemeenschappelijke weg aan de slootkant bij het dode lichaam gevonden van Eva Schram, naar schatting 60 jaar oud en geboren te Roosendaal. Zij was blijkbaar in de sloot gevallen en met nog eenig beseff  (= nog enigszins bij kennis) uit de sloot op de kant gekropen, maar toch gesmoord en gestikt in het water. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn Jan Bosschart.

WBA; Roosendaal R412, ongefolieerd {Img185}.


Anna Mouwen verdronken in het groenputje

Op 23 mei 1792 begeven schepenen G. van Riet (loco praetoris), S. Bosschart en J. Bosschart, alsmede secretaris J. Fercken zich naar de stede van Marijn Mouwen onder Nispen. Aldaar wordt door de echtgenote van Mouwen haar dood kind getoond van circa drie jaar oud en genaamd Anna Mouwen. Ze zegt dat het kind “gisteren” avond in het groenputje op het eind van hun boomgaard is gevallen en daar onmiddellijk door haar nog levend is uitgehaald. Na circa anderhalf uur is het kind toch overleden. De vrijheidschirurgijn constateert dat het kind gestikt is door het bijgebleeve water. Gevisiteerd door: de vrijheidchirurgijn J. Bosschart.

WBA; Roosendaal R413, ongefolieerd {Img28}.


Cornelis van Dongen overboord gevallen en verdronken bij de nieuw gegraven scheepshaven

Op 21 oktober 1793 omstreeks vier uur begeven schepenen C. Becude en S. Bosschart zich naar den Ever onder Roosendaal alwaar zij aan het nieuw gegraven deel van de scheepshaven het dode lichaam aantreffen van Cornelis van Dongen, schippersknecht bij de weduwe van Bastiaan Appels. En de weduwe en haar knecht Jan van den Wijgerd verklaren dat ’s morgens om 5 uur met sterk opkomend water ze de nieuwe haven zijn gaan uitzeilen en dat Cornelis van Dongen naar het roer is gelopen om het te behoeden voor een stoot tegen een droogte. Maar juist op dat moment stootte het inspit van achteren tegen zijn lichaam waardoor hij overboord is gevallen. Eris van alles in het werk gesteld om hem it het water te redden maar op een gegeven moment hebben ze hem niet meer gezien en door het hoge water niet mer kunnen vinden. ’s Middags omstreeks 2 uur is Cornelis door Jan van de Wijgerd en Peter Rudie Metselaar, op enige schreden  van de plaats waar hij overboord is gevallen, opgevist. De vrijheidschirurgijn constateert dat het lichaam is het water is gesmoord of gestikt. De rekening voor zijn begrafenis werd diezelfde reeds betaald. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn J. Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R413, ongefolieerd {Img124}.


Het zoontje, 10 jaar oud, van Jan Schrauwen dodelijk verongelukt door een hollend paard met kar

Op 11 april 1794 begeven schepenen C. Becude en J. Fercken zich naar het huis en herberg van Bart Buurmans, tavernier op de Markt, alwaar zij in de voorkamer hebben zien liggen het dood kind, zijnde het zoontje, 10 jaar oud van Jan Schrauwen en Anna Maria van Oosterhout dat omstreeks half drie door een hollend paard met kar is overreden voor het huis van Buurmans. Bij de visitatie toonde de vrijheidschirurgijn een wond in de rechter zijde ter grootte van een duim onder de korte ribbe en waaruit de darmen hingen. Hierdoor is de dood onmiddellijk ingetreden. Terwijl door de grote bloeduitstorting de grote bloedvaten of het hart gekwetst is. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn J. Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, R413, ongefolieerd {Img146}.


Het kind van Andries van der Feesten verdronken in de vaart

Op 24 mei 1795 zijn schepenen G. van Campenhout en J. de Bruijn aanwezig bij de visitatie van het dode lichaampje van het kind van Andries van der Feesten dat ’s avonds om 8 uur uit de vaart gehaald. Gevisiteerd door: de vrijheidschirurgijn J. Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen, AMu 581, pag. 2.


Cornelis Vromans dodelijk verongelukt door een val van een kar

Op 9 september 1795 begeven wethouders G. van Campenhout en J. van Rooij zich naar het huis dat bewoond wordt door Pieter Aarnouts onder Vroenhout om de visitatie bij te wonen van het dode lichaam van Cornelis Vromans, landman onder Kruisland die volgens de verklaring van de vrouw van Pieter Aarnouts ’s morgens omstreeks 11 uur van de kar is gevallen en op een afstand van circa 40 roeden van haar huis dood werd aangetroffen. De knecht van Marijn Dingemans zei dit gezien hebben. De overledene heeft een kwetsuur van circa 6 duim aan de rechterkant van het hoofd. Gevisiteerd door: de dorpschirurgijn J. Bosschart.

WBA; Roosendaal en Nispen AMu 581, pag. 17.


Govert Bierings verdronken in een sloot nabij het turfhoofd

Op 3 januari 1797 begeven schepenen J. van Loon en J. de Bruijn zich naar het woonhuis van Marijn van Domburg. Op de kelderkamer hebben zij daar aangetroffen het dood lichaam van Govert Bierings, die gekwetst was aan zijn rechter koon en zijn rechter aangezicht. Pieter Bogers verklaart dat hij met de (overledene) gisteren avond omstreeks half 8 is gekomen van Francisus Jacobs om naar hun logies te gaan bij Marijn van Domburg. Onderweg is Govert  nevens zijn zijde in de sloot gevallen aan de noordzijde van het Turfhoofd.  Hij verklaart Govert uit de sloot getrokken te hebben maar niet te weten of Govert al dood was. Ook weet Pieter Bogers niet hoe de kwestuur aan het hoofd van Govert ontstaan is.  Gevisiteerd door: niet vermeld.

WBA; Roosendaal en Nispen, AMu 581, pag. 168.


Bastiaan van Hassel verdronken bij het vissen aan de Kade

Op 4 oktober 1804 hebben schepenen P.N. van Ursel en S. Bosschart  zich begeven naar het woonhuis van  Pieter van Hassel naast de Lage Brug aan de Kade. In het achterkeukentje (= bijkeuken) hebben zij aangetroffen het dode lichaam van zijn zoon Bastiaan van Hassel, 12 jaar oud. Geertruij Bartelen, echtgenote van Pieter van Hassel, verklaart dat Bastiaan ‘s morgens  om 10 uur is gaan vissen. Negen uur later, nadat hij was vermist, is hij door de schipper Adriaan Verbraak in het water aangetroffen achter de grote sluisdeuren en hij heeft hem daaruit gehaald. Er zijn verder geen kwetsuren aangetroffen en geconstateerd wordt dat hij de verdrinkingsdood gestorven is. Gevisiteerd door: chirurgijn Carel Christoffel Krüger, junior. 

WBA; Roosendaal en Nsipen, AMu 584, pag. 293-294.


Michiel Damen verdronken bij het turfhoofd

Op 2 december 1804 hebben begeven schepenen G. Corthals (loco praetoris) en j.c. de Bruijn zich naar de wei gelegen op ’t einde van de oostelijke dijk van de turfvaart die gehuurd werd door Jan Jongenelen. Op de hoek van die weide hebben zij het dode lichaam aangetroffen van Michiel Damen die de avond daarvoor door Adriaan Haast uit het water of vaartje, dat langs de weide   loopt getrokken is. De vrijheidschirurgijn verklaart dat de schrammen op het voorhoofd en neus oppervlakkig van aard zijn en blijkbaar veroorzaakt zijn door doornen (of iets dergelijks) tijdens het vallen. Daarnaast verklaart Joseph Renkels dat hij op de avond daarvoor toen hij, komende uit het land bij het huis, dat staat op de dijk van de scheepshaven, bij de herbergier Cornelis Jooren kwam, hij daar Michiel Damen om 1 uur aantrof en een en ander heeft gedronken. Om 6 uur zijn zij weggegaan en tijdens hun tocht is Damen twee keer gevallen en hij (Renkels) heeft hem weer op de been geholpen. Ze (Damen en Renkels) zijn vervolgens gekomen aan de opgang van de vaart aan het turfhoofd. Renkels is toen en eindje vooruit gelopen om sijn gevoeg te doen daarna heeft hij Damen niet meer gezien maar wel horen roepen. Vanwege de duisternis en omdat zij beide beschonken waren, was hij niet in staat om hulp te bieden en is naar huis gegaan.  Michiel Damen is op 4 december 1804 begraven. Gevistiteerd door: de vrijheidschirurgijn Carel Christoffel Krüger junior.

WBA; Roosendaal en Nispen, AMu 584, pag. 215-217.


Johanna Adriaanse verdronken bij de Dwarskade

Op 24 juli 1805 hebben schepenen G. Corthals en S. Bosschart zich begeven naar het woonhuis van Cornelis Luijsterburg aan de Kade en hebben daar in een zijvertrek het dode lichaam aangetroffen van diens vrouw Johanna Adriaanse, circa 35 jaar oud. Cornelia Luijsterborg, de schoonzuster van Johanna, verklaart dat Johanna op de avond daarvoor met een wateremmer naar de Dwarskade is gegaan om water te scheppen, maar omdat  zij niet terugkwam is men op zoek gegaan. Pieter Bruijnings en Cornelis Luijsterburg hebben haar gevonden en Paulus Matthijssen heeft Johanna uit het water gehaald. Dat geschiedde omstreeks half tien. De beëdigde chirurgijn Gerardus van Campenhout die onmiddellijk is opgeroepen heeft de verdrinkingsdood geconstateerd. Gevisiteerd door: Gerard van Campenhout.

WBA; Roosendaal en Nispen, AMu584, pag. 325-326.


De hoefsmid Jan Suijkerbuijk verdronken bij de grens tussen Nispen en Essen

Op 11 december 1806 hebben schout en schepenen zich begeven naar de woonstede van Jan Rombouts onder Nispen bij het gescheijd van Esschen (= op de grens met Essen). Op de kant van een grep of sloot die loopt langs de westkant van de dries naar het mengat  hebben zij op de daaraan grenzende zoekweg het dode lichaam aangetroffen van de Nispense meester smid en paardenmeester (=hoefsmid) Jan Suijkerbuijk. Jan Rombouts verklaart dat hij de avond daarvoor om circa 9 uur voor zijn huis enig geschreeuw heeft gehoord maar niet weet door wie is geschreeuwd. Door de chirurgijn wordt er geen andere oorzaak voor overlijden gevonden dan de verdrinkingsdood. Jan Suijkerbuijk is te Nispen begraven op 16 december 1806. Gevisiteerd door: chirurgijn Carel Christoffel Krüger, junior.

WBA; Roosendaal, bronvermelding kwijtgeraakt


Soldaat Gotfried Dressler verdronken

Op 26 december 1807 begeven schepenen G. Corthals en C.C. Krüger zich naar de kazerne alwaar het dood lichaam gevisiteerd van een soldaat die ’s middags rond 4 uur op de Bergseweg  bij het Hulsdonkswegje gevonden is door Laureijs Rampaert. Laureijs heeft Pieter Luijsterburg daarbij gehaald die daar gebleven is tot de gerechtsbode Breugelmans en ondervorster Huseij met een kar de soldaat hebben opgehaald en naar de kazerne gebracht. De verdrinkingsdood wordt geconstateerd.
Het lijk was gekleed als volgt: een driekante hoed, een capot, een kamisool en broek, een paar slobkousen en schoenen, verder werd aangetroffen twee bonte neusdoeken, een zwarte strop, een duitse tabakspijp, een tonteldoos en vuurslag, een knipmes, een flesje met genever, een zakje met geld waarin 6 halve dubbeltjes en duiten. Verder had hij bij zich: een landsgeweer en bajonet, een patroontas met daarin een borstel, een stuk krijt of wit lood, een oude doek een zakboekje geïntituleerd 7e regiment infanterie van Ligne 3e bataillon behorende aan Gotfried Dressler, een batsel waarin een nieuw hemd gemerkt DL 7e reg. Infanterie en een oud hemd gemerkt JL, een paar nieuwe schoenen en een paar oude schoenen, een soldaten buis, een lange witte broek, een poederzak, twee borsteltjes, een spiegeltje, een slaapmuts en enige oude lappen. Gevisiteerd door: de chirurgijn Theodorus Hollander in bijzijn van de chirurgijn Johannes Theodorus Delgado en de med. dr. Beels.

WBA; Roosendaal, AMa 115, pag. 87-89.


Gregorius Dirkx, 3 jaar oud, verdronken in de waterloop achter de sluizen aan de noordzijde van de Markt

Op 17 hooimand 1809 (= 17 juli 1809) begeven schepenen S. Bosschart en G. Corthals zich naar het huis van Jan Dirkx op de Markt waar ze in de binnenkamer of keuken aantroffen het dode lichaam van het 3-jarig zoontje, genaamd Gregorius Dirkx, van Johanna de Jong, echtgenote van Jan Dirkx dat sinds de avond daarvoor rond half  7 was vermist. Volgens een verklaring van de gerechtsbode Melchior Bruglemans is het kind door hem, de vorster Gerardus Warmoeskerken en Klara Fabrie, weduwe van Laurijs van Ham ’s morgens om circa half 5 gevonden in de waterloop achter de sluizen aan de noordzijde van de Markt. Het kind is door de weduwe van Ham in het water gehaald en de gerechtsbode heeft onmiddellijk de chirurgijn Theodorus Hollander gehaald die schuin tegenover het huis van Jan Dirkx woont. De chirurgijn heeft tevergeefs geprobeerd het kind te redden, maar kan niet anders constateren den de verdrinkingsdood. De rekening voor het begraven van Gregorius werd diezelfde dag betaald.

WBA; Roosendaal en Nispen, AMu586-18.     


Soldaat Johan Hendrik Meijer pleegt suïcide

Op 29 herfstmaand 1809 (= 29 septemer 1809) begeven schepenen J.C. de Bruijn en S. Bosschart zich naar de oostelijke Havendijk. Even voorbij het eerste hek op de westkant van de dijk treffen zij het dood lichaam aan van een soldaat met zijn snaphaan in de rechter arm, met de lastok door het oog van de trekker in de grond gestoken. Schepenen hebben terstond de chirurgijn Theodorus Delgado de dode laten onderzoeken. Hij constateert dat de soldaat gekwetst is door het hoofd met verbrijzeling van de hersens die boven het linkeroog naar buiten waren gekomen en komt tot de conclusie dat de soldaat zichzelf die wond heeft toegebracht. De volgende personen leggen verklaringen af:
Anthonie van Leent bij wie de soldaat sinds de dag daarvoor was ingekwartierd verklaart dat zijn vrouw hem nog een boterham had mee gegeven (die ook nog bij hem gevonden is) zijnde circa 12 uur bij hem van daar vertrokken zonder dat hij enige krankzinnigheid heeft bespeurd.
De molenaarsknecht Willem van Rosmalen verklaart dat hij gisteren namiddag circa 1 uur, staande op de Molenberg bij de Kade, op een afstand van circa  tweehonderd passen een soldaat heeft zien zitten tegen de oostelijke Havendijk en dat hij bezig was zijn geweer te laden en ook gezien heeft dat hij een lastok in de grond stak en even daarna heeft Willem een schot gehoord waarop hij naar de soldaat is toegelopen en gezien dat hij dood was.
Jacoba de Bruijn, echtgenote van Emanuel van Ommeren en Hendrica Damen, echtgenote van Pieter Bruinings verklaren dat zij omstreeks 1 uur een soldaat hebbene zien zitten aan de oostelijke Havendijk en een ogenblik daarna een schot gehoord hebben en de soldaat achterover hebben zien vallen.
Bij de soldaat worden naast en op zijn lichaam de volgende voorwerpen aangetroffen:  
Een snaphaan waarvan de laaijstok voor den trekker in de gront stak zoo dat men kon zien dat die met de voet gestoten zijnde, het geweer is afgegaan; naest zijn linker zijde een papieren zakje met weinig tabak; Aan zijn lijf een grijze rok een wit vest een hemd een witte lange broek en kousen met welke vier laatst gemelden stukken hij in de kist gelegd zijn en begaven is; een randsel daar in gevonden: twee pinceelen,een end worst, een schoen,een knipmes, een grove kam, een blikken busje waar in een boekje geintituleert Achtste Regiment Infanterie van Lingen, zakboekje behoorenden aan Johan Hendrik Meijer fusilier van de 6e Compagnie 1e Bataillon, een snoer van een muts en eenige rommellarije. Een patroon tas daaraan een bajonet daar in een weinig kaas, boter, worst en een aftrekker van het geweer alsmede zijn marsroute. Een hoed gemerkt nr 8 en een kwartiermuts.

WBA; Roosendaal en Nispen, AMu 586-22.