huis Bo78&n175

Bo78&n175

L208, ….

Cijns van 2 st 1 oord/jr (=11 ¼ cent) aan de Armen van de Molenstraat


11 februari 1733
Mutueel testament van Jacobus Schrauwen, die ziekelijk is en zijn echtgenote Helena van Meerum.

WBA: Roosendaal; notaris L. Sanderus, N6762-93 {Img20-22}.

===

1 april 1734
Testament van Martinus Schrauwen, die ziekelijk is en zijn echtgenote Maria Wittens.

WBA: Roosendaal; notaris L. Sanderus, N6762-109 {Img65-66}.

===

5 april 1735
Helena van Meersum, weduwe en voor een kindsgedeelte erfgename van Jacobus Adriaenssen Schrauwen volgen testament van 11 februari 1733, notaris L. Sanderus vor 1/3 part; Adriaan Schrauwen voor 1/3 part; Maria Wittens, weduwe en erfgename van Martinus Schrauwen die ook een zoon was van Jacobus Schrauwen volgens testament van 1 april 1734, notaris L. Sanderus voor 1/3 part vesten Pieter Joossen van Rosendael, koopman in een huis en erf en de hof daarachter noordwaarts tot tegen het erf of hof van Engelbert Wagemakers en oostwaarts op tot aan de noordoostwaartse punt van de hof van de weduwe Cornelis de Winter achter haar huis, oost aan het verkochte huis, hof en erf van de gemelde weduwe de Winter en de hof van het huis dat voornoemde Helena van Meersum als bij erfenis en koop van 1 maart 1735 uit deze boedel is aangekomen. W: Francois van Ham, Z: de Molenstraat en N: gemelde Wagemaeckers. Schotboek: fol. 145v. Koopconditie 21 februari 1735. Koopsom; 385 gld.

WBA: Roosendaal en Nispen; R332, fol. 20v-22r {Img37-38}.

===

19 juni 1762
Johannes Timmermans, koopman te Roosendaal in eigen naam en namens zijn zusters Adriana Timmermans, wonende te Roosendaal en Pietronella Timmermans wonende in Brabant vest Jacobus Cools in een huis, schur, hof en erf aan de noordzijde van de Molenstraat. O: de weduwe van Cornelis de Winter, W: Francis van Ham, Z: de Molenstraat en N: de erfgenamen van Engelbert Wagemaakers. Schotboek fol. 56. Koopcontract: 26 mei 1762. Koopsom: 350 gld.

WBA: Roosendaal en Nsipen; R339, omgefolieerd {Img210}.  

===

22 december 1766
Vermits de weduwe van Cornelis de Winter en Jacobus Kools bijde gebuuren woonende aen de noordzijde van de Molenstraat alhier verschil hebben en in oneenigheid sijn over het gebruijk van d’erve geleegen tusschen hun bijde voorschreven, ‘teijnde den gemeenen gack, item over waer het gemeen gangsken van vier voeten scheijt als meede over dat de schuure van gemelden Jacobus Kools eenigsints getimmert is of op de erve van de weduwe Cornelis de Winter of op het gesegde gangsken van vier voeten, soo heeft den geadmiterden landmeeter Hubertus Arnoldus van Diepenbeek sigh aldaer lasten vinden ten versoeke van gemelde weduwe Cornelis de Winter ten eijnde de scheidinge etc aen te wijsen, de situatie van dien nauwkeurig bestudeerd en afgeeten dogh vermits door hem nogh in vest nog in coopbrieven daarvan sijnde geene soo distincte uitdrukkinge is gevonden waarop de vereijschte limietscheiding met seekerheid is konnen aengetoont worden soo sijn voorschreeve weduwe Cornelis de Winter en Jacobus Kools doo tusschenspreken van den landmeter voornoemt geaccordert en overeen gekoomen tot wegneeming van alle questie en oneenigheden op deese navolgende maniere te weeten dat gemelde weduwe van Cornelis de Winter sal gedoogendat de schuure van den voorschreven Jacobus Cools sal blijven staen en onderhouden worden; item dat deselven Jacobus Kools en sijne nakomelingen sal hebben het vrij gebruijk met kar en paaedt tot brenging en weghaaling van hooij en strooij, mustard, blokheel of hout heo genaemt als meede tot wegvoering van het mis uit sijnen misput agter desselfs schuur geleegen, welk gebruijk met kar en paerd niet verder sal mogen weesen dan tegensover het agtereijnde van voorschreve sijne schuure sijnde een lengte van vijff roeden, seven voeten en agt duijm Rijnlandse maat gemeeten van de rooijing der gevel aen de straat van de huijsinge voorschreve weduwe de Winter toebehoorende ende dat op twee voeten en vijff duijm na neevens de muur van gesegde huijsen linia recta noordwaards op; dat hij uijtgesondert dat met kar en paardt daerop niet sal mogen {mennen} off gedraaijt worden; item dat deselven Jacobus Kools sal leggen op sijnen kosten neevens de muure van sijne huijsinge van de schuurdeur of steeneplaats die daarvoor thans is leggende zuijdwaards op tot aen de straet, een goede steene goot en ook onderhouden waardoor het waater dat aan gesegde schuurdeur of steenplaats gestort en uitgegooten word door het waschen van schotelen of eenige groente als andersints ter straetewaerds kan loopen soodanig dat de gemelde weduwe de Winter daarvan niets heeft aftewagten op haare erve als meede dat denselve Jacobus Kools sal gedoogen dat den doornentuijn van gesegde weduwe de Winter staende op het noordeijnde van haare hof sal mogen geplant worden gelijk door de voornoemden landmeeter is afgeteekent maakende de lengte van dartien roeden, vijff voeten en agt duijmen Rijnlands van de straat meede gemeeten als hier voren gesegt te weeten van de rooijing der gevel aen gemelde straat van het huijs de weduwe de Winter toebehoorende linia recta tot op twee voeten en vijff duijmen na beevens de muer noordwaerds op, moetende den gemelden tuijn lang sijn van den oosttuijn aldaar westwaars op tot den pad of gangsken twee roeden agt voeten en elff duijmen meede Rijnlandse maate en gevolglijk het noordeijnde van deese erve der gemelde weduwe de Winter ook soo breedt als deesen nieuw te planten tuijn lang is. Hier meede soo bedanken sij parthijen hun van deesen accorde beloovende hetselve altijt te hebben en te houden voor goed, vast, gestendig en van waarde ten allen dage sonder daartegens koomen te doen of laaten geschieden in eeniger manieren nder verband als na regten; versoekende de comparanten den heere secretaris deser vrijheid om van deese aantekening te maaken in margin haaren respetive huijsen en erve ten quohiere van verpondingen alhier bekent staende foliis 673 en 234. Aldus gecontracteert en gepasseert ter seretarij van Rosendael heden den 22 december 1766 ter praesentie en overstaen van d’heren schepenen Johannes Adrianus Simons en Fredrik Revixit van Naerssen

w.g. Handmerk van Jacobus Cools, die niet kan schrijven en Laurreijs de Winter voor zijn moeder

WBA: Roosendaal en Nispen; R410, ongefolieerd {Img147-148}.

===

2 en 16 juli 1816
Publieke verkoping op verzoek van Adriaan van Simmeren en zijn echtgenote Anna Meijers van een huis, schuur, hof en erf op de noordzijde van de Molenstraat B78. O: de weduwe Laurijs de Winter, W: Pieter van Aken, Z: de straat en N: de erfgenamen van Adriaen Verbraaken. De verkopers aangekomen bij testament van 11 augustus 1804 (notaris J.J. Bosschart) van Johannes Cornelissen van Gogh en zijn echtgenote Elisabeth Kools. Als bijzondere voorwaarde wordt door de verkopers gereserveerd om voor het jaar 1817 mee te nemen de glaze spin met ijzer leggende plaet in de keuken van het huis. Koper: Maria Nieuwlaat, weduwe van Laurijs de Winter. Koopsom: 600 gld.

WBA: Roosendaal; notaris J.J. Bosschart, N6909-44 {Img186-190}.


Schotboek

JS56r {Img96}

Modo Cornelis Timmermans X Allegonda van Roosendael enige nagelaten dochter van Pieter Joossen van Roosendael

Pieter Joossen van Roosendael uit Jacobus Adriaansz Schrauwen fol. 145v bij veste van 5 april 1731 een huis en erf in de Molenstraat op 6£

Habet Jacobus Cools bij veste 19 juni 1762 overgezet fol. 173

===

JS173r {Img238}

Maria Nieuwlaats, weduwe Laurijs de Winter bij publieke verkoop van 16 juli 1816, notaris J.J. Bosschart

Adrianus van Simmeren bij onderlinge deling van 12 sprokkelmaand 1810, geregistreerd in register van successie

Adrianus van Simmeren voor de ene helft en Geertruij en Maria van Simmeren voor de wederhelft volgens ondergenoemd testament

Johannes Cornelisse van Gogh volgens testament van 11 augustus 1804, notaris J.J. Bosschart als erfgenaam van Elisabeth Cools

Modo Elisabeth Cools enig nagelaten dochter van Jacobus Cools

Jacobus Cools uit de kinderen en erfgenamen van Cornelis Timmermans fol. 56 bij veste van 19 juni 1762

de servituten van dit huis zijn geregeld bij schepenakte van 22 december 1766


Armen van de Molenstraat

Huijbregt Bartels, gortmaker

Jan Jansen de Wilde

Wouter Corstiaensen

Jacobus Adriaansen Schrauwen

Cornelis Timmermans

Jacobus Kools

Adriaan van Simmeren

weduwe Laureijs de Winter